RSV 2014/119
Rauwelijks beëindigen van bijstand op grond van gezamenlijke huishouding in dit geval onrechtmatig
CRvB 20-05-2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1749
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
20 mei 2014
- Magistraten
Mrs. R.H.M. Roelofs, F. Hoogendijk en G.M.G. Hink
- Zaaknummer
13-1502 WWB
12/3469 WW
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2014:1749, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 20‑05‑2014
- Wetingang
Art. 3 WWB
Essentie
Rauwelijks beëindigen van bijstand op grond van gezamenlijke huishouding in dit geval onrechtmatig
Samenvatting
Vanaf de toekenning van de bijstand is gedurende circa 22 jaren onafgebroken bijstand aan betrokkene verleend, ondanks vele heronderzoeken naar de rechtmatigheid daarvan. Daarbij heeft betrokkene, onder meer bij de invulling van de jaarlijkse rechtmatigheidsformulieren, steeds openheid van zaken gegeven. Zij is aldus zeer langdurig en frequent bevestigd in de veronderstelling dat de leefvorm met haar zuster in het kader van de WWB niet was aan te merken als een gezamenlijke huishouding en daarom niet was gelijk te stellen met een situatie als die van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.