TPWS 2019/118
Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 3.B Opiumwet gegeven verbod (hennepteelt). Opzettelijk gelegenheid verschaffen door een pand ter beschikking te stellen?
HR 18-06-2019, ECLI:NL:HR:2019:964
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 juni 2019
- Zaaknummer
17/05551
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:964, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑06‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:412, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑04‑2019
Essentie
Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 3.B Opiumwet gegeven verbod (hennepteelt). Opzettelijk gelegenheid verschaffen door een pand ter beschikking te stellen?
Uitspraak
Aantekening redactie
Voor medeplichtigheid (art. 48 Sr) is dubbel opzet vereist: niet alleen moet worden bewezen dat verdachtes opzet was gericht op het helpen van een ander/anderen bij zijn/hun misdrijf, maar tevens dat verdachtes opzet was gericht op het door hem/hun gepleegde misdrijf.1 Voor beide opzetverbanden is opzet in voorwaardelijke vorm voldoende. In de onderhavige zaak draaide het om de vraag of uit de bewijsvoering kon volgen dat de verdachte (voorwaardelijk) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.