NJ 2026/81
Caribische zaak. Terechte bewezenverklaring van deelneming aan aannemingen of leveranties waarover de verdachte geheel of ten dele het bestuur of toezicht is opgedragen (art. 2:361 Sr Sint Maarten).
HR 27-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:46
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/01922
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD48278:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:46, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1001, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Caribische zaak. Betreft veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten wegens onder meer het deelnemen aan aannemingen of leveranties waarover hem op het tijdstip van de handeling geheel of ten dele het bestuur of toezicht is opgedragen (art. 2:361 Sr Sint Maarten, verder SrSM). Het oordeel van het hof dat aan de verdachte ‘bestuur of toezicht is opgedragen’ en dat hij heeft ‘deelgenomen’ aan aannemingen of leveranties getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
De verdachte was sinds oktober 2010 lid van de Staten van Sint Maarten en lid van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.