NJ 1963/278
Recht van onderhuurder van een te onteigenen goed om in het onteigeningsgeding tussen te komen. Aan (onder) huurder van een te onteigenen goed toekomende schadeloosstelling ingevolge art. 1, lid 1 van de Wet van 8 december 1961 (Stb. 425).
HR 22-05-1963, ECLI:NL:HR:1963:79
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 mei 1963
- Magistraten
Mrs. Boltjes, van Rijn van Alkemade, Tekenbroek, Korthals Altes en Peters
- Zaaknummer
[22051963/NJ_1963-278]
- Conclusie
Mr. Bakhoven
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1963:79, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑05‑1963
- Wetingang
Essentie
Recht van onderhuurder van een te onteigenen goed om in het onteigeningsgeding tussen te komen. Aan (onder) huurder van een te onteigenen goed toekomende schadeloosstelling ingevolge art. 1, lid 1 van de Wet van 8 december 1961 (Stb. 425).
Samenvatting
Onder een huurder, die ingevolge art. 3, lid 2 der Onteigeningswet kan verzoeken als derde-belanghebbende in een onteigeningsgeding tussen te komen, is niet slechts te begrijpen degene, die rechtstreeks van een eigenaar althans van de te onteigenen partij heeft gehuurd, doch mede degene, die heeft gehuurd van een huurder, die zelf op grond van zijn huurrecht tegenover de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.