Rb. Den Haag, 22-12-2025, nr. C/09/692386 / FA RK 25-7385
ECLI:NL:RBDHA:2025:26908
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
22-12-2025
- Zaaknummer
C/09/692386 / FA RK 25-7385
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2025:26908, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 22‑12‑2025; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
ECLI:NL:RBDHA:2025:23873, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 13‑11‑2025; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
Uitspraak 22‑12‑2025
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek verbetering beschikking.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7385
Zaaknummer: C/09/692386
Datum beschikking: 22 december 2025
Beschikking in de zaak van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage,
waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het bericht van 20 november 2025 van de zijde van de man.
Verzoek en verweer
De man verzoekt de beschikking van 13 november 2025 aan te vullen, in die zin dat in het dictum wordt opgenomen dat de man het recht toekomt tot het aan hem doen afgeven van de kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm.
De vrouw is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek. Zij heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
Beoordeling
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke fout die tot verbetering op de voet van artikel 31 Rv moet leiden. De man heeft verzocht om toevertrouwing van de kinderen en dit verzoek heeft de rechtbank toegewezen. De rechtbank heeft uit eigen beweging voor de duidelijkheid in de overwegingen opgemerkt dat op grond van artikel 821 vijfde lid juncto artikel 812 Rv van rechtswege is voorzien in het recht tot het doen afgeven van kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Nu uit de wet volgt dat de beschikking met behulp van de sterke arm ten uitvoer kan worden gelegd, hoeft hierover geen beslissing te worden genomen in het dictum. Daar komt bij dat de man ook niet heeft verzocht om hem te machtigen de beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
weigert de verzochte verbetering.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2025. |
Uitspraak 13‑11‑2025
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorzieningen. Vrouw heeft geen verweer gevoerd. Kinderen toevertrouwd aan man. Man weet niet waar vrouw en kinderen verblijven.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7385
Zaaknummer: C/09/692386
Datum beschikking: 13 november 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 30 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- -
het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 30 september 2025;
- -
het bericht van 27 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de man.
Op 30 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, alsmede mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vrouw is behoorlijk opgeroepen voor de zitting (per post op het adres waar zij staat ingeschreven en per e-mail), maar zij is niet op de zitting verschenen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2017 te [plaats 1] , [land] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De man verzoekt:
- te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats 2] , [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- primair: te bepalen dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd en dat de vrouw voorlopig begeleide omgang heeft met de kinderen;
subsidiair: te bepalen dat de kinderen voorlopig bij de man verblijven op basis van een co-ouderschapsregeling, inhoudende dat de kinderen drieënhalve dag per week bij de man verblijven en drieënhalve dag per week bij de vrouw,
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Het verzoek van de man om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te kennen, kan als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Het verzoek om daarbij te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij immers ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen.
Toevertrouwing kinderen
Op 17 september 2025 heeft de vrouw zonder overleg met de man de echtelijke woning verlaten. Hierbij heeft zij de twee kinderen van partijen meegenomen. De vrouw heeft sindsdien niets meer van zich laten horen. De man weet niet waar de vrouw en de kinderen op dit moment verblijven. Hij kan de vrouw niet bereiken omdat zij kennelijk een nieuw telefoonnummer heeft. De afgelopen weken heeft de man van alles ondernomen om te achterhalen waar de vrouw en de kinderen zijn. Zo heeft hij contact opgenomen met familieleden van de vrouw, de huisarts, de politie, Veilig Thuis, [organisatie 1] , [organisatie 2] , de school van de kinderen en de Raad voor de Kinderbescherming. Tot dusver heeft niemand de man verder kunnen helpen. De man maakt zich veel zorgen over zijn kinderen. Volgens hem werden de kinderen zowel fysiek als emotioneel door de vrouw mishandeld. Daarnaast is uit het contact met de school gebleken dat de kinderen niet meer naar school gaan.
Nu de vrouw geen verweer heeft gevoerd en niet op de zitting is verschenen, zal de rechtbank gelet op het relaas van de man de kinderen aan hem toevertrouwen. Volledigheidshalve merkt zij daarbij op dat op grond van artikel 821 vijfde lid juncto artikel 812 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van rechtswege is voorzien in het recht tot het doen afgeven van kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm.
Voorlopige zorgregeling
Nu de rechtbank de vrouw niet heeft gesproken, is zij niet in staat om een oordeel te geven over een voorlopige zorgregeling. Het verzoek van de man om te bepalen dat de vrouw voorlopig begeleide omgang heeft met de kinderen zal dan ook worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats 2] , [adres] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] , aan de man zullen worden toevertrouwd;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2025. |