NJF 2023/26
Procesrecht. Incidentele vordering tot zekerheid van binnenlandse procespartij i.v.m. restitutierisico bij executie proceskosten.
Hof Den Haag 01-12-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2935
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
1 december 2020
- Magistraten
Mrs. P.H. Blok, R. Kalden, A. Kamperman Sanders
- Zaaknummer
200.267.653/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2021:2055, Uitspraak, Hof Den Haag, 29‑06‑2021
ECLI:NL:GHDHA:2020:2935, Uitspraak, Hof Den Haag, 01‑12‑2020
- Wetingang
Art. 234 Rv
Essentie
Procesrecht. Incidentele vordering tot zekerheid van binnenlandse procespartij i.v.m. restitutierisico bij executie proceskosten.
Redactie: Een onlangs gepubliceerde oudere zaak. Normaal gesproken wordt niet verlangd dat een Nederlandse partij (of een partij bij een Rv-verdragsstaat) zekerheid stelt voor de terugbetaling van uitvoerbaar bij voorraad verklaarde proceskosten. In dit bijzondere geval — dat niettemin vaker zal voorkomen — gebeurde dat wel. Een beetje een Pyrrusoverwinning voor wat betreft de alsnog tenuitvoerbijvoorraadverklaring voor geïntimeerde dus.
Samenvatting
In deze IE-procedure vordert de Nederlandse geïntimeerde in appel bij wijze van incident alsnog uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, een bedrag van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.