RBP 2023/72
Rechterswisseling. Is sprake van een schending van het onmiddellijkheidsbeginsel omdat de combinatie van raadsheren tijdens de mondelinge behandeling een andere is geweest dan de combinatie van raadsheren die de beschikking heeft gewezen?
HR 02-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:826
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 juni 2023
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, K. Teuben
- Zaaknummer
22/03870
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS715585:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:826, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:395, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑03‑2023
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
Rechterswisseling. Onmiddellijkheidsbeginsel.
Is sprake van een schending van het onmiddellijkheidsbeginsel omdat de combinatie van raadsheren tijdens de mondelinge behandeling een andere is geweest dan de combinatie van raadsheren die de beschikking heeft gewezen?
Samenvatting
De rechtbank heeft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming toegewezen om het gezag van de moeder over haar minderjarige kinderen te beëindigen. In hoger beroep heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van drie raadsheren. Na de afwijzing van een wrakingsverzoek is de mondelinge behandeling enkele maanden later voortgezet. Een van de drie raadsheren van de combinatie die de zaak eerder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.