De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.0:6.0 Introductie
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.0
6.0 Introductie
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS366657:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de volgende deelvragen centraal.
Hoe rechtvaardig is de zitting in de ogen van de procesdeelnemers (partijen en advocaten)?
Hoe rechtvaardig denken rechters dat hun eigen zitting was voor de aanwezige partijen en in welke mate komt deze inschatting overeen met de zelfgerapporteerde rechtvaardigheidspercepties van partijen?
In paragraaf 6.1 staat de ervaren rechtvaardigheid bij de onderzochte zittingen centraal. Ik bespreek achtereenvolgens de gemiddelde scores op de drie typen rechtvaardigheid (6.1.1), de verschillen in rechtvaardigheidspercepties tussen verschillende groepen (rechtbanken, procesdeelnemers) (6.1.2) en de vraag of de aanwezigen van dezelfde zitting ook met dezelfde rechtvaardigheidspercepties de rechtszaal verlaten (6.1.3). Deelvraag 5 is dan beantwoord. Vervolgens wordt de inschatting van de onderzochte rechters van de door partijen ervaren rechtvaardigheid vergeleken met de zelfgerapporteerde percepties van partijen (6.1.4). Ook het antwoord op de zesde deelvraag is dan duidelijk.
Naast de rechtvaardigheidspercepties zijn ook de aanvaardbaarheidspercepties gemeten. Strikt genomen vallen deze aanvaardbaarheidspercepties buiten de — voor rechtvaardigheid geformuleerde — deelvragen 5 en 6. Toch komen de resultaten daarvan in dit hoofdstuk aan de orde omdat de drie gebruikte stellingen voor aanvaardbaarheid aansluiten op de drie typen rechtvaardigheid. Op basis van de antwoorden op deze drie aanvaardbaarheidsstellingen kon partijen en advocaten tijdens de interviews gevraagd worden wat het maakte dat zij de behandeling door de rechter (interpersoonlijke rechtvaardigheid), de uitleg die hij hen gaf (informatieve rechtvaardigheid) en de totale procedure (procedurele rechtvaardigheid) al dan niet aanvaardbaar vonden. Op basis van deze toelichtingen van partijen en advocaten kon (kwalitatief) een nog wat beter beeld verkregen worden van de huidige comparitiepraktijk. De aanvaardbaarheidspercepties komen in paragraaf 6.2 aan bod.