V-N Vandaag 2014/994
Bij toepassing HIR kan niet voor ruilarresten worden gekozen
HR 23-05-2014, ECLI:NL:HR:2014:1183
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2014
- Zaaknummer
13/01702
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1183, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑05‑2014
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat voor toepassing van de ruilarresten geen plaats is als op grond van art. 3.54 Wet IB 2001 een HIR kan worden gevormd. Een belastingplichtige kan volgens de Hoge Raad niet kiezen tussen de wettelijke faciliteit en toepassing van de ruilarresten.
Samenvatting
Belanghebbende, X bv, is eigenaar van een onroerende zaak die bestaat uit winkelpanden met daarboven gelegen wooneenheden. Haar enige activiteit is de verhuur van de onroerende zaak aan derden. Per 31 december 2005 bedraagt de fiscale boekwaarde € 23.784. Op 22 november 2006 verkoopt en levert B, de toenmalige directeur-grootaandeelhouder, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.