NJ 1913, p. 1225
Gewijsde zaak. Oorzaak waarop de eisch berust. Rekening-courant.
HR 07-11-1913, ECLI:NL:HR:1913:170
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 november 1913
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. S. Laman Trip. Raadsheeren: Mrs. S. Gratama, J. H. van Goor, B. C. J. Loder en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[07111913./NJ_1913,_p._1225]
- Conclusie
Mr. T. J. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1913:170, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑11‑1913
- Wetingang
(BW art. 1954; Rv art. 771-793.)
Essentie
Gewijsde zaak. Oorzaak waarop de eisch berust. Rekening-courant.
Samenvatting
Ten onrechte is het Hof van oordeel, dat aan de vordering strekkende tot bekoming van een saldo-rekening-courant een andere oorzaak ten grondslag ligt dan aan de vordering, waarbij de afwikkeling der posten zelve werd beoogd; immers de oorzaak der verschuldigdheid van het saldo is geen andere dan die van alle posten afzonderlijk;, waaruit dat saldo voortvloeit; door dit over het hoofd te zien en ten onrechte verschil van oorzaak aan te nemen, heeft het Hof art. 1954 B. W. geschonden. (Aan des schuldenaars recht om iederen post als onjuist te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.