NJ 2023/129
Motivering strafoplegging na uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over op te leggen straf.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:975, m.nt. J.M. ten Voorde
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
19/01394
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Noot
J.M. ten Voorde
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS698469:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:975, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:271, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑09‑2021
- Wetingang
Essentie
Motivering strafoplegging na uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over op te leggen straf. De Hoge Raad wijdt algemene opmerkingen aan de (reikwijdte van de) responsieplicht van de feitenrechter na een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de strafoplegging betreft en de toetsing van diens beslissing in cassatie.
Samenvatting
Aan de rechtspraak van de Hoge Raad over dit onderwerp ligt ten grondslag dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud en de motivering van de straftoemeting in het concrete geval in belangrijke mate bij de feitenrechter ligt. De Hoge Raad stelt zich daarom als cassatierechter terughoudend op bij de beantwoording van de vraag of de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.