Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.4.4.4
5.4.4.4 Kansschade-methode
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS298110:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het verlies van een kans wordt ook wel omschreven als ‘niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, dekans op succes zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd’. HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, r.o. 3.5.3, NJ 2013/237 m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer).
Rammeloo (2013), p. 42 e.v.
HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, r.o. 3.5.3, NJ 2013/237 m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer).
Een vraag die veel pennen in beweging heeft gebracht is of de kansschade-methode onderdeel uitmaakt van het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid of dat het een apart leerstuk betreft. Zie bijvoorbeeld: Akkermans & Van Dijk (2012), p. 157 e.v., NJ 2011/250, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai, Klaassen (2017), nr. 57b en Klaassen (2012), Van Dijk (2014) en Overes (2014). De Hoge Raad heeft in het arrest Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer antwoord gegeven op deze vraag. In het arrest benadrukt de Hoge Raad dat het twee verschillende leerstukken betreft.
Onder andere aanvaard in: HR 24 oktober 1997, NJ 1998/257 (Baijings), HR 19 januari 2007, NJ 2007/63 (Kranendonk/ A. Advocaten), HR 16 februari 2007, NJ 2007/256 (Tuin Beheer/Maatschap A), HR 18 april 2008, NJ 2008/245 (Mustert/O).
HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, NJ 2013/237 m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer).
Klaassen (2013), p. 160.
Conclusie A-G Hartlief d.d. 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:430, r.o. 3.36. Conclusie behorend bij HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452.
HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452, r.o. 3.3.3. Zie tevens: Berghuijs & Roestenberg (2018), Barbiers & Hijink (2018).
Berghuijs & Roestenberg (2018), paragraaf 33.
HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, NJ 2013/237 m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer).
Stel dat een advocaat niet tijdig in hoger beroep is gegaan. Wat is dan de door zijn cliënt geleden schade? Deze schade bestaat uit het verlies van een kans op een gewonnen procedure. Indien causaliteitsonzekerheid wordt veroorzaakt door het feit dat de schade bestaat uit het verlies van een kans1 op een beter resultaat (bijvoorbeeld de kans op een beter onderhandelingsresultaat),2 kan de kansschade-methode uitkomst bieden. Bij de kansschade-methode is het niet zeker is of er schade is geleden, maar is het wel duidelijk dat er een kans is misgelopen. Volgens de Hoge Raad3 is de kansschade-methode breed inzetbaar.4 Er is bij de kansschade-methode geen reden tot terughoudendheid, zoals bij proportionele aansprakelijkheid.
De kansschade-methode leent zich bijvoorbeeld goed voor toepassing bij aansprakelijkheid van een advocaat die niet tijdig een vordering of een rechtsmiddel heeft ingesteld.5 De kansschade- methode is tevens inzetbaar indien een beroepsbeoefenaar (advocaat of fiscalist) heeft verzuimd een bepaald verweer te voeren.6 Klaassen ziet mogelijkheden voor de kansschade-methode bij beleggingsschade, waarbij het dan gaat om de kans dat de belegger, als hij wel voldoende was geïnformeerd over of gewaarschuwd voor de risico’s verbonden aan de desbetreffende belegging, hiervan had afgezien.7
A-G Hartlief pleit in zijn conclusie8 bij het arrest van de Hoge Raad van 22 september 20179 inzake de aansprakelijkheid van een accountant met betrekking tot een door de accountant gegeven advies voor de kansschade-methode: ‘In dit verband zou het wat mij betreft in de rede liggen om de schade te begroten op basis van een (eventuele) verloren kans op een betere uitkomst’. Bij dit geschil was sprake van een onderneming die (mede) door toedoen van een achteraf niet betrouwbare- derde-adviseur failliet is gegaan. De oud bestuurder en aandeelhouder van de onderneming verwijt de accountant dat hij hem niet heeft gewaarschuwd voor deze derde-adviseur. Indien vast komt te staan dat de accountant onzorgvuldig heeft gehandeld jegens de oud bestuurder en aandeelhouder door zich onvoldoende kritisch op te stellen jegens de derde-adviseur en de door hem voorgestelde financiers, zie ik in deze zaak inderdaad mogelijkheden voor schadebegroting op basis van een verloren kans op een betere uitkomst. De gemiste kans zou in dat geval er uit bestaan dat de oud bestuurder en aandeelhouder dankzij de kritische houding van de accountant tot de conclusie had kunnen komen dat er sprake was van fraude aan de zijde van de derde-adviseur. Er moet beoordeeld worden hoe groot de kans is dat eiser tot deze conclusie, en dus de beslissing om geen aanbetaling te doen, was gekomen.10
De kansschade-methode kan wellicht ook toegepast worden bij aansprakelijkheid van een accountant voor een tekortkoming in de wettelijke controle. Ik vind het echter vooralsnog lastig vast te stellen wie daarbij een kans op een beter resultaat zou kunnen verliezen. Dit zal erg afhangen van de omstandigheden van het geval. Hierbij is van belang dat de Hoge Raad heeft overwogen dat er alleen ruimte is voor toepassing van dit leerstuk indien het gaat om een reële, dus niet zeer kleine, kans op succes.11