RFR 2019/73
Draagkracht ondernemer. Op welke wijze dient de draagkracht van een IB-ondernemer vastgesteld te worden?
Hof Den Haag 23-01-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:106
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
23 januari 2019
- Magistraten
Mrs. I. Obbink-Reijngoud, A.E. Sutorius-van Hees, M.A.J. Burgers-Thomassen
- Zaaknummer
200.240.611/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS50849:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2019:106, Uitspraak, Hof Den Haag, 23‑01‑2019
- Wetingang
Art. 1:157 BW
Essentie
Partneralimentatie. Draagkracht ondernemer.
Op welke wijze dient de draagkracht van een IB-ondernemer vastgesteld te worden?
Samenvatting
In 2014 heeft de rechtbank ten tijde van de echtscheidingsprocedure bepaald, dat de man aan de vrouw een partneralimentatie dient te betalen van € 1.320 bruto per maand. In 2018 werd deze bijdrage door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 2.213 bruto per maand, met ingang van december 2016 en € 1.543 bruto per maand met ingang van 1 september 2017. De man is hiertegen in beroep gegaan en heeft verzocht om nihilstelling c.q. verlaging van de in 2014 door de rechtbank vastgestelde partneralimentatie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.