Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.2:4.5.2 Afbakening mogelijkheden werknemer in geval van faillissement
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.2
4.5.2 Afbakening mogelijkheden werknemer in geval van faillissement
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS301195:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Heeft een individuele werknemer van de failliete werkgever, aan wie in de Wwz dus al een eventuele aanspraak op de transitievergoeding wordt onthouden, wel mogelijkheden op te komen tegen de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst door de curator? Ja, er zijn verschillende mogelijkheden, waarvan de volgende in deze paragraaf nader worden belicht:
hij kan een verzoek op de voet van artikel 7:681 BW bij de kantonrechter indienen, waarin gevraagd wordt de opzegging te vernietigen of een billijke vergoeding toe te kennen;
hij kan een verzoek op de voet van artikel 7:682 BW bij de kantonrechter indienen, waarin gevraagd wordt de de werkgever te verzoeken de arbeidsovereenkomst te herstellen of een billijke vergoeding toe te kennen;
hij kan beroep instellen bij de rechtbank tegen de beschikking van de rechter om de curator te machtigen de arbeidsovereenkomst op te zeggen (artikel 68 lid 2 juncto 67 lid 1 Fw), in combinatie met buitengerechtelijke vernietiging van de opzegging door de curator (artikel 72 Fw).
Ik noem nu niet de mogelijkheden die in de regel verband houden met misbruik van faillissement, omdat het op deze plaats nadrukkelijk gaat om acties die de werknemer tegen de curator, althans de boedel kan ondernemen en niet de (misbruik-)acties jegens derden, die aandacht verdienen en krijgen in een afzonderlijk hoofdstuk (hoofdstuk 7, Misbruik). Het zal daarbij gaan om het instellen van verzet bij de rechtbank tegen de faillietverklaring (artikel 10 Fw), bij succes gevolgd door het inzetten van de reguliere arbeidsrechtelijke mogelijkheden (artikel 13a Fw) en het instellen van een actie op grond van onrechtmatige daad en/of misbruik van bevoegdheid (artikel 6:162 en artikel 3:13 BW) jegens bestuurders of andere gelieerde (rechts)personen.
Evenmin wordt in deze paragraaf besproken de mogelijkheid voor de werknemer de kantonrechter te verzoeken op grond van artikel 7 lid en 2 WMCO de opzegging te vernietigen of een billijke vergoeding toe te kennen, als de curator zijn verplichtingen uit hoofde van deze wet niet nakomt. Dat betreft uitsluitend de schending van de verplichting vakorganisaties te raadplegen; andere verplichtingen bestaan uit hoofde van deze wet niet voor de curator. Dit onderwerp komt, ter voorkoming van doublures, uitgebreider aan bod in het hoofdstuk 8 (Medezeggenschap c.a.)
Voordat meer en detail, in drie separate deelparagrafen, wordt ingegaan op de hierboven onder a. tot en met c. genoemde mogelijkheden, is het goed na te gaan wat de situatie was voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wwz, omdat dan duidelijk(er) wordt hoe in rechtspraak en literatuur is aangekeken tegen deze materie, en dan met name tegen de verschuldigdheid van een vergoeding ten laste van de boedel vanwege een imperfecte opzegging door de curator.