Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/10.5.2
10.5.2 Gronden voor verweer
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495805:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Met uitzondering van een verzoek dat betrekking heeft op een niet in acht nemen van de termijn voor het instellen van de hoofdzaak (artikel 34. 1 jo. 2 voorstel Europees bankbeslag). Gezien de redactie van artikel 40 voorstel Europees bankbeslag (waarover hierna) lijkt ook niet dat dit artikel beoogt om de mogelijkheid te scheppen om op iedere grond te allen tijde een heroverweging te kunnen indienen.
Atema en Netten wijzen erop dat hiermee de mogelijkheden om het beslag opgeheven te krijgen uiterst beperkt zijn. Slechts het stellen van vervangende zekerheid ex art. 38 voorstel Europees bankbeslag lijkt in dat geval een optie: Atema & Netten 2012.
Daarna kan de beslagene bezwaar indienen bij de (Nederlandse) Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). Bij beslag op een uitkering dient bezwaar te worden gemaakt tegen het besluit van de uitkeringsinstantie welk deel van de uitkering zal worden afgedragen aan de gerechtsdeurwaarder.
Omdat hier nationaal recht van het land van tenuitvoerlegging te gelden heeft (daar waar de bankrekening die beslagen wordt zich bevindt) is het zeer waarschijnlijk dat de gehele regeling beslagvrije voet die is opgenomen in artikel 32 voorstel Europees bankbeslag niet van toepassing is op beslag op bankrekeningen in Nederland.
Het gaat hierbij om gronden die in het formulier kunnen worden aangekruist. Het lijkt onwaarschijnlijk dat in een formulier gronden worden vermeld die niet een corresponderende bepaling in het voorstel zelf kennen.
Niet duidelijk is of het vermelden van deze grond voor een heroverweging (impliciet) betekent dat de eiser/beslaglegger niet zelf de bankinstelling kan verzoeken om het beslag op te heffen. Dit is een gedachte die opkomt bij lezing van art. 28.2 voorstel Europees bankbeslag, dat de eiser verplicht om bedragen te deblokkeren via de bevoegde autoriteit. Op grond van artikel 21.7 voorstel Europees bankbeslag (‘Het EAPO blijft geldig tot’) kan (a contrario) worden gelezen dat een EAPO slechts kan eindigen door tussenkomst van de rechter, een uitvoerbare titel in de hoofdzaak of een vervangende zekerheidstelling.
De Raad voor de rechtspraak stelt de vraag of het verstrekken van zekerheid door de beslagene wellicht beter bij een notaris zou kunnen gebeuren: Brief van 25 oktober 2011 van de Raad voor de rechtspraak, gericht aan de Minister van Veiligheid en Justitie, met daarin een advies voorstel verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen.
Hoe de beoordeling in de Europese variant zal uitwerken is op basis van de nu beschikbare informatie moeilijk te zeggen. Duidelijk is wel dat de beslagene/verweerder die op grond van artikel 34 of 35 voorstel Europees bankbeslag (of een derde op grond van artikel 39 voorstel Europees bankbeslag) verweer tegen een EAPO wenst te voeren, anders dan in de huidige Nederlandse situatie, slechts op een limitatief aantal gronden om een heroverweging kan verzoeken. Voorts dient op grond van artikel 34.2 voorstel Europees bankbeslag een verzoek tot heroverweging in elk geval binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de dag waarop de beslagene daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de inhoud van het EAPO en in staat was om daarop te reageren, te worden ingediend.1 Dit is anders dan de Nederlandse situatie, waarin het te allen tijde mogelijk is om een opheffingskortgeding te entameren teneinde opheffing of wijziging van het beslag te vorderen. Niet valt in te zien waarom in Europees verband het hanteren van een restrictieve termijn nodig is.2 Artikel 34.1 voorstel Europees bankbeslag vermeldt – ingedeeld naar de in Nederland wettelijk vastgelegde gronden – de navolgende gronden voor heroverweging:
Inzake vormverzuim (artikel 705 lid 2 Rv): de vordering waarvoor beslag wordt gelegd valt buiten het toepassingsgebied van het voorstel (artikelen 2.1 en 2.2 en 2.4), het EAPO is door een niet bevoegd gerecht uitgevaardigd (artikel 6), het beslag betreft een bankrekening die buiten het toepassingsgebied valt (artikel 2.3), de bankrekening waarop beslag is gelegd is niet voor beslag vatbaar (artikel 35.1 (b) (ii);
Inzake de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht (artikel 705 lid 2 Rv): de vordering is ongegrond (artikel 7.1 (a);
In geval van (on)nodigheid van het beslag (artikel 705 lid 2 Rv): er is geen sprake van reëel gevaar (artikel 7.1 (b)).
Een heroverweging dient in deze gevallen te worden ingediend bij het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd (artikel 34.3).
De in art. 705 lid 3 Rv opgenomen situatie dat de hoofdzaak niet tijdig is ingesteld (verval beslag van rechtswege). In het geval van een EAPO dient intrekking te worden verzocht langs de weg van een heroverweging (artikel 34.1 (b) jo. artikel 35.2).
Een heroverweging kan in dit geval worden ingediend bij het gerecht dat het EAPO heeft uitgevaardigd (artikel 34.3) of het gerecht van tenuitvoerlegging (de lidstaat waar de beslagen rekening(en) zich bevinden, artikel 35 aanhef).
Een onjuiste toepassing van de beslagvrije voet (in Nederland melding bij de gerechtsdeurwaarder die de beslagvrije voet vaststelt op grond van artikel 475g Rv).3 In geval van een EAPO kan worden verzocht om een beperking van de bedragen waarvoor een EAPO ten uitvoer wordt gelegd wegens strijd met de wetgeving van het land waar de rekening wordt aangehouden (artikel 32). Eerder kwam al aan de orde dat de in Nederland gehanteerde beslagvrije voet slechts van toepassing is op periodieke uitkeringen en niet op derdenbeslag op bankrekeningen.4 Het lijkt hiermee onwaarschijnlijk dat in geval van beslag op een bankrekening in Nederland door de beslagene op deze waarborg een beroep kan worden gedaan.
De in artikel 704 lid 2 Rv opgenomen situatie dat de eis in hoofdzaak wordt afgewezen (verval beslag van rechtswege). In geval van een EAPO dient te worden verzocht om beëindiging van de tenuitvoerlegging van het EAPO (artikel 35.1 (b) (i)).
In de zojuist genoemde gevallen dient de beslagene de heroverweging ingevolge artikel 35.5 EAPO in te dienen bij het gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging (daar waar de rekening loopt).
Een niet in de Nederlandse wet opgenomen, en bij mijn weten in de praktijk ook vrijwel niet voorkomend verzoek, is dat een beslagene vraagt om zekerheidstelling door de beslaglegger, dan wel dat deze een hogere zekerheid stelt dan die waartoe de voorzieningenrechter dan wel het gerecht bij het verlenen van verlof dan wel uitvaardiging van een EAPO heeft bevolen. De voorzieningenrechter is, zo wordt algemeen aangenomen, bevoegd om hierin te beslissen. Zo een grond voor heroverweging is ook niet opgenomen in een specifieke bepaling van het voorstel Europees bankbeslag, maar staat vermeld in bijlage IV (verzoek om heroverweging), onder 6.2 en 6.3. Het is niet duidelijk of aan de bijlage een zelfstandig recht op heroverweging op deze grond kan worden ontleend.5
Gezien de plaats van de hier genoemde omstandigheden in de bijlage zal, vooropgesteld dat deze te gelden hebben als grond voor heroverweging, die heroverweging moeten worden ingediend in de lidstaat waar het EAPO is uitgevaardigd.
Wijziging van omstandigheden waaronder het verlof is afgegeven. In Nederland biedt artikel 705 lid 2 op grond van de formulering (‘onder meer’) ook ruimte voor het adiëren van de voorzieningenrechter in gevallen die niet uitdrukkelijk in de wet worden genoemd. Op grond van artikel 40 voorstel Europees bankbeslag kunnen beide partijen steeds op elk moment verzoeken het EAPO te wijzigen of te beëindigen ‘omdat de omstandigheden waaronder het EAPO is afgegeven zijn gewijzigd’. In de tekst van het artikel worden twee situaties met name genoemd, te weten indien de vordering in hoofdzaak is afgewezen of als de vordering is voldaan. De eerstgenoemde situatie is al specifiek geregeld in artikel 35.1 (b) (i) zodat vermelding op deze plaats slechts toevoegt dat de heroverweging op zo een grond naast de lidstaat van tenuitvoerlegging ook in de lidstaat waar het EAPO is uitgevaardigd kan worden ingediend. In Nederland vervalt het beslag in dat geval van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv, zie ook onder f.). In geval van voldoening van de vordering zal in Nederland kunnen worden volstaan met het informeren van de advocaat van beslaglegger met het verzoek om het beslag op te heffen.6
De heroverweging dient te worden ingediend in de lidstaat van het gerecht waar het EAPO is uitgevaardigd.
Inbreuk op rechten van een derde. Evenals in Nederland (artikel 705 lid 1 Rv) kan een derde bezwaar maken als het EAPO inbreuk op zijn rechten maakt (artikel 39).
De derde adieert hiervoor het gerecht in de lidstaat waar het EAPO is afgegeven of het land van tenuitvoerlegging (artikel 39).
Door de beslagene te stellen alternatieve zekerheid ter beëindiging van het EAPO. Evenals in Nederland in de situatie van beslag voor een geldvordering (artikel 705 lid 2 Rv) kan de tenuitvoerlegging van een EAPO worden beëindigd indien de beslagene zekerheid verstrekt (artikel 38). De zekerheid dient te worden verstrekt ter hoogte van het in een EAPO vermelde bedrag, eventueel in de vorm van een gelijkwaardige (bank)garantie.
De zekerheid dient te worden verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de bankrekening is beslagen (in Nederland zal dit waarschijnlijk de gerechtsdeurwaarder zijn).7