PJ 2022/9
De intrekking van de vrijstelling ontbeert een toereikende motivering en kan niet in stand blijven.
Rb. Rotterdam 23-12-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:12098
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
23 december 2020
- Magistraten
Mrs. P. Vrolijk, E.J. Rutten, A.J. van Spengen
- Zaaknummer
AWB - 20 _ 2516
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS631676:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2020:12098, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 23‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
De intrekking van de vrijstelling ontbeert een toereikende motivering en kan niet in stand blijven.
Samenvatting
In dit geding gaat het besluit van het bedrijfstakpensioenfonds om een vrijstelling van de verplichte deelneming in te trekken. De argumenten daarvoor zijn dat de onderneming geen deel meer uitmaakt van de groep en niet meer aan de financiële gelijkwaardigheid is voldaan. De rechtbank oordeelt in beroep dat de intrekking onvoldoende is gemotiveerd en niet in stand kan blijven. De rechtbank neemt bij haar oordeel in aanmerking dat intrekking van de vrijstelling een discretionaire bevoegdheid is en daarbij het belang van de werknemers ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.