Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.4.6
8.4.6 Retentierecht in verband met een vernietiging op grond van de faillissementspauliana
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS584069:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Weijden 2012, p. 200 en 203.
HR 30 september 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1465, NJ 1995/626 m.nt. P. van Schilfgaarde (Kuijsters/Gaalman q.q.), Van der Weijden 2012, p. 204, Wessels III 2013/3247 en Faber 2005/330. Voor zover de boedel echter door de vernietigde handeling is gebaat, heeft de wederpartij ingevolge art. 51 lid 3 Fw een boedelvordering. Van der Weijden 2012, p. 215 wijst erop dat verrekening met deze boedelvordering (en opschorting) wel is aangewezen, opdat de vernietiging niet verder werkt dan tot opheffing van het nadeel. Ook hier heeft mijns inziens voor opschorting (al dan niet door middel van een retentierecht) hetzelfde te gelden als voor verrekening.
Faber 2005/330.
422. Een ander geval van een retentierecht dat tijdens faillissement zou kunnen ontstaan, vloeit voort uit de vernietiging van een overeenkomst door de curator op grond van de faillissementspauliana (art. 42 e.v. Fw). Art. 51 lid 1 Fw bepaalt dat hetgeen door de vernietigde rechtshandeling uit het vermogen van de schuldenaar is gegaan, aan de curator moet worden teruggegeven met inachtneming van afdeling 6.4.2 BW (‘Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst’).1 Wanneer de curator op grond van de faillissementspauliana bijvoorbeeld een koopovereenkomst vernietigt, kan hij de zaak revindiceren bij de wederpartij.2 Door de vernietiging verkrijgt de wederpartij een vordering tot teruggave van het gepresteerde. De vraag komt op, of de wederpartij na vernietiging de afgifte van de zaak kan opschorten, tot de curator haar vordering heeft voldaan. Met betrekking tot verrekening geldt dat het niet mogelijk is om de schuld van art. 51 lid 1 Fw te verrekenen met een faillissementsvordering van de wederpartij.3 Doel en strekking van de actio Pauliana verzetten zich daartegen. Voor opschorting moet mijns inziens hetzelfde worden aangenomen als voor verrekening.4 Dit geldt ongeacht of opschorting de vorm aanneemt van een retentierecht. Wanneer de wederpartij niet bevoegd is om de afgifte op te schorten is een retentierecht geheel niet aan de orde (ook al is de zaak nog in de macht van de wederpartij); aan toepasselijkheid van art. 60 Fw komt men überhaupt niet toe.