Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.3.4
16.5.3.4 Huur- en pachtovereenkomsten voor korte duur
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416880:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Rbsler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Gbtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445.
HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285. Dit arrest is gewezen over het EEX zoals gewijzigd door het Derde Toetredingsverdrag.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Rbsler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. 1-1111, NJ 1994, 238, r.o. 10; HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Gbtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. 1-1111, NJ 1994, 238.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Gbtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445.
HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 26; AG Geelhoed was een andere mening toegedaan en oordeelde dat een dergelijk gebruiksrecht wel onder art. 22 sub 1 EEX-V°/16 Verdrag viel, zie par. 30 e.v. van zijn conclusie.
Aan de lex causae komt geen betekenis toe; anders: Pres. Rb. Arnhem 9 september 1985 die oordeelt naar de lex causae en LG Aken, 27 januari 1984, NJW 1984, p. 1308.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Rbsler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. 1-1111, NJ 1994, 238, r.o. 14.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Gbtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445; HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 27.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Gbtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445 lijkt tamelijk streng voordat de nevenverplichtingen het karakter van een huurovereenkomst doen verdwijnen. Informatie en voorlichting, keuze mogelijkheid, alsmede een annuleringskostenverzekering worden onvoldoende geacht om de overeenkomst het karakter van huur te ontnemen. Datzelfde geldt voor een garantie namens de verhuurder tot terugbetaling van de huur voor het geval de organisator insolvabel zou worden.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/Glltz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445.
HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 21. Doorslaggevend is welke component de hoogste waarde heeft.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. 1-1111, NJ 1994, 238.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Rllsler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208.
Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 27.
Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 30.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 78.
Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 28, voorstel nr. 7 ging uit van de geldigheid van een forumkeuze na het ontstaan van het geschil.
Kropholler, EZPR, p. 256.
De vraag of huur (of pacht) voor korte duur onder het bereik van art. 16 sub 1 EEX valt, heeft bij de totstandkoming van deze bepaling geen aandacht gekregen. Het Hof van Justitie heeft over zulke 'huurovereenkomsten' geoordeeld (over een periode van 20 jaren) in de arresten Rbsler/Rottwinkel,1 Hacker/Euro-Relais,2 Dansommer/ Gbtz3 en Klein/Rhodos Management.4 Het Hof van Justitie heeft ten eerste benadrukt dat het begrip 'huur van onroerende goederen' van toepassing is op alle overeenkomsten van huur en pacht van onroerende zaken, ongeacht de bijzondere kenmerken.5 Ook vakantieverhuur valt onder art. 22 EEX-V°/16 sub 1 EEX.6 Deze bepaling is echter niet van toepassing op gemengde overeenkomsten waarbij een reisorganisator tegen een totaalprijs een pakket van diensten (waaronder de terbeschikkingstelling van een woning) levert.7 Eventuele bijkomende bepalingen die de kwalificatie als huurovereenkomst niet wijzigen (in casu een annuleringsverzekering en een garantie voor de door de huurder betaalde prijs), doen aan de toepasselijkheid van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag niet af.8 In het arrest Klein/ Rhodos Management heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat een overeenkomst tot gebruik van een niet tevoren vaststaand en wisselend appartement (in een hotelcomplex) op basis van een Witgliedschaftsvertrag geen overeenkomst van huur in de zin van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag is.9 De mogelijke ontsnapping in het Duitse recht door de overeenkomst te benoemen als 'aanneming van werk' gaat derhalve niet op, behoudens bijv. in het laatstgenoemde geval.10
Sinds het arrest Rbsler/Rottwinkel11 bestaat dus zekerheid over de toepasselijkheid van art. 22 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag op huur voor korte duur. Op grond van de arresten van het Hof van Justitie dient de nationale rechter na te gaan of het belangrijkste doel van de overeenkomst huur van onroerende goederen is. Bevat de overeenkomst ook andere prestaties tegen betaling van een all-in prijs zodat sprake is van een gemengde overeenkomst, dan is geen sprake van een huurovereenkomst in de zin van art. 16 sub 1 EEX.12 Dat is anders indien het slechts gaat om bijkomende prestaties die aan het karakter van een huurovereenkomst niet afdoen.13 Het Hof van Justitie noemt voor de gemengde overeenkomst als relevante diensten onder meer het geven van informatie en adviezen, de ruime keuzemogelijkheid, de mogelijkheid om te reserveren voor de gekozen periode, reservering van plaats voor transport, ontvangst ter plaatse en een annuleringsverzekering.14 Bijkomend - en ondergeschikt aan de huurovereenkomst — zijn een annuleringsovereenkomst en een garantie voor de prijs, zodat deze diensten alleen niet leiden tot een gemengde overeenkomst.15 Het Hof van Justitie let daarbij op de verhouding van de waarde van de diensten ten opzichte van de waarde van het gebruiksrecht van het onroerend goed.16 Het Hof van Justitie acht impliciet voor all-in overeenkomsten een rechtsgeldige forumkeuze mogelijk.17 Normalerwijze zal de verhuurder/reisorganisator een forumkeuze standaard opnemen in de overeenkomst. Voor zover de huurder een consument is, geldt echter de bescherming van art. 17 EEX-V°/15 Verdrag. Veel ruimte voor een forumkeuze zal er waarschijnlijk dus niet zijn.
Na het arrest Rbsler/Rottwinkel is het EVEX tot stand gekomen.18 De redacteuren van het EVEX hadden grote moeite met het arrest Rbsler/Rottwinkel Daarom hebben zij in de onderhandelingen aangedrongen op aanpassing.19 Dat heeft geleid tot art. 16 sub lb EVEX. De resultaten van de onderhandelingen over het EVEX spraken de onderhandelaars van het EEX niet aan. Wederom moest er worden gedebatteerd over het thema `vakantiehuisj es' .20 Dat heeft geleid tot een afwijkende tekst van art. 16 sub lb EEX. Ook deze regeling was niet bevredigend. Art. 22 sub 1 EEX-V° is wederom gewijzigd en heeft de regeling uiteindelijk weer ven-uimd.21 Art. 22 sub 1, tweede zin/16 sub lb Verdrag laat echter niet de mogelijkheid open om in deze gevallen een forumkeuze te maken voor de gerechten van een andere EG respectievelijk verdragsluitende staat, ondanks al deze wijzigingen. Tijdens de onderhandelingen over het EVEX lijkt dat wel aan de orde te zijn geweest.22 Het is niet duidelijk waarom in het EVEX en later EEX en EEX-V° de 'vakantiehuisjes regeling' een forumkeuze uitsluit. Consumenten worden beschermd door art. 16 EEX-V°/14 Verdrag en 17 EEX-V°/15 Verdrag, zodat in beperkte mate een forumkeuze mogelijk is. Thans moet ervan worden uitgegaan dat onder het Verdrag en de EEX-V° een forumkeuze in de huurovereenkomst voor korte duur geen rechtsgevolg heeft,23 behoudens de aanwijzing van een gerecht in een staat die volgens art. 22 EEX-V°/16 Verdrag bevoegd is.