Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/8.1:8.1 Inleiding
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS608221:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 8 Richtlijn ETS verplicht de lidstaten om de vergunningprocedure en -inhoud af te stemmen op de vergunningprocedure en -inhoud van de Richtlijn IE. Artikel 26 Richtlijn ETS, overgenomen in artikel 9 Richtlijn IE, verplicht er daarnaast toe dat vergunningen die worden verleend ingevolge de Richtlijn IE, geen emissiegrenswaarden bevatten voor de directe uitstoot van broeikasgassen die in verband met een in de installatie verrichte activiteit in bijlage I bij de Richtlijn ETS worden vermeld. Tenzij emissiegrenswaarden noodzakelijk zijn om te verzekeren dat er geen significante plaatselijke verontreiniging wordt veroorzaakt. Dit verbod geldt niet indien de installatie op grond van artikel 27 Richtlijn ETS van de werking van de Richtlijn ETS is uitgesloten.1 Daarnaast mogen lidstaten ervoor kiezen om ten aanzien van activiteiten die zijn genoemd in bijlage I Richtlijn ETS geen voorschriften inzake energie-efficiëntie op te leggen voor verbrandingseenheden of andere eenheden die ter plaatse kooldioxide uitstoten.2
Op deze wijze wordt voorkomen dat emissiegrenswaarden en energie-efficiëntievoorschriften de vraag naar emissierechten aantasten en zodoende de handel in emissierechten negatief beïnvloeden.3
In dit hoofdstuk wordt besproken op welke wijze deze bepalingen in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd en welke knelpunten daarbij kunnen optreden. De deelvraag van dit hoofdstuk luidt:
Hoe is de afstemmingsregeling als procedureel voorgeschreven in artikel 8 Richtlijn ETS en materieel voorgeschreven in artikel 9 Richtlijn IE in Nederland geïmplementeerd? Zorgt deze implementatie voor knelpunten?
Deze deelvraag wordt beantwoord door eerst in te gaan op de uitsluiting van grenswaarden en de uitsluiting van energie-efficiëntievoorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en de Wabo (paragraaf 8.2). Vervolgens wordt ingegaan op deze afstemming in het kader van de Omgevingswet (paragraaf 8.3). Daarna wordt ingegaan op de overige (procedurele) afstemmingsbepalingen (paragraaf 8.4). Tot slot wordt behandeld of de integratie in een vergunning met de omgevingsvergunning wenselijk kan zijn, gezien de afstemmingsverplichtingen uit de Richtlijn IE (paragraaf 8.5). Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie (paragraaf 8.6).