NJB 2024/2461:Beginsel van de formele rechtskracht: als uitgangspunt heeft te gelden dat aan een besluit van een bestuursorgaan waartegen een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang open staat, of heeft opengestaan maar niet of niet met succes is gebruikt, in het strafrecht formele rechtskracht toekomt. Onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan op deze formele rechtskracht van besluiten een uitzondering te maken in die zin dat een gedraging in weerwil van een besluit van een bestuursorgaan niet tot strafbaarheid leidt. Een en ander brengt mee dat het de strafrechter bij een strafrechtelijke vervolging voor art. 9 lid 5 WVW 1994 in beginsel niet vrij staat te onderzoeken of het besluit van het CBR rechtmatig is. Voor het maken van een uitzondering daarbij ziet de Hoge Raad geen aanleiding. Niet uitgesloten dat de verdachte met succes een aanvraag kan doen tot herziening i.d.z.v. art. 457 lid 1 Sv ingeval een besluit van het CBR na een geslaagd bezwaar of beroep onherroepelijk is vernietigd of herroepen nadat de verdachte onherroepelijk in de strafzaak is veroordeeld.