RN 2016/60
Erfbelasting. Hoeveel dient de huur te bedragen om toepassing van art. 10 SW 1956 te voorkomen?
HR 08-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:583
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 april 2016
- Magistraten
Mrs. R.J. Koopman, C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld, J. Wortel
- Zaaknummer
15/00281
- Conclusie
A-G mr. R.L.H. IJzerman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS923765:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:583, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑04‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑11‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:2271, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑11‑2015
- Wetingang
Art. 10 SW 1956
Essentie
Erfbelasting.
Hoeveel dient de huur te bedragen om toepassing van art. 10 SW 1956 te voorkomen?
Samenvatting
Erflaatster is overleden in 2011. Tot het vermogen van erflaatster behoorde een woning. Deze woning is bij leven van erflaatster voor de getaxeerde waarde in verhuurde staat overgedragen aan een van haar kinderen. De woning is vervolgens verhuurd aan erflaatster. De huursom is eveneens door een waardedeskundige vastgesteld. Deze huur was lager dan 6% van de waarde van de woning in onbezwaarde staat. De inspecteur heeft de woning daarom onder toepassing van art. 10 SW 1956 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.