NJB 2022/1667:Verpandbaarheid. Onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking. Een coöperatie wordt volgens haar statuten gefinancierd met een ledenlening. Een lid van de coöperatie heeft al zijn vorderingen op de coöperatie verpand aan de bank. Is daarmee ook zijn vordering uit hoofde van de ledenlening verpand? Hoge Raad: Een beding dat de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht met goederenrechtelijke werking uitsluit, leidt ook tot onverpandbaarheid van dat vorderingsrecht. Het hof heeft in het midden gelaten of de statuten van de coöperatie zo moeten worden uitgelegd dat de vordering uit hoofde van de ledenlening in goederenrechtelijke zin onoverdraagbaar is. Dit zal na verwijzing alsnog moeten worden beoordeeld.