NJB 2015/213:Faillissement. Hypotheek. Termijnstelling. Misbruik van bevoegdheid. Tot een failliete boedel behoort een verhypothekeerde woning met een onderwaarde. Op de voet van art. 58 Fw stelt de curator aan de hypotheekhouder een termijn om tot executie over te gaan, bij gebreke waarvan de curator dat zelf zal doen. De gefaillieerde komt hiertegen op bij de rechter-commissaris. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris gaat de curator in hoger beroep bij de rechtbank. HR: De rechtbank diende ervan uit te gaan dat de hypotheekhouder de termijn niet zou laten verlopen. Gelet hierop is haar oordeel onbegrijpelijk dat uitoefening door de curator van zijn in art. 58 Fw gegeven bevoegdheden zal leiden tot dekking van de faillissementskosten. Ook indien de termijnstelling als zodanig niet ‘ongedaan kan worden gemaakt’, kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat de (verdere) uitoefening door de curator van zijn uit art. 58 Fw voortvloeiende bevoegdheden, in aanmerking genomen de onevenredigheid van de betrokken belangen, misbruik van bevoegdheid oplevert