WR 2022/93
Dringend eigen gebruik bedrijfsruimte: huurder heeft stelplicht en bewijslast t.a.v. bestaan andere mogelijkheden voor verhuurder
HR 01-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:494
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 april 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
20/04149
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:494, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1005, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑01‑2021
- Wetingang
Art. 7:296 lid 1 onder b BW
Essentie
Dringend eigen gebruik bedrijfsruimte: huurder heeft stelplicht en bewijslast t.a.v. bestaan andere mogelijkheden voor verhuurder
Samenvatting
De vraag of een verhuurder van 290-bedrijfsruimte het verhuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, dient te worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval. De wil tot eigen gebruik moet niet alleen bestaan ten tijde van de opzegging, maar ook op het tijdstip van de uitspraak van de rechter. Met dringend nodig hebben voor eigen gebruik is bedoeld dat het pand van wezenlijk belang moet zijn voor de verhuurder. Algemene bedrijfseconomische redenen kunnen voldoende zijn om een dringende noodzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.