Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.4.2:16.5.4.2 Commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.4.2
16.5.4.2 Commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419265:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 233.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 294 (augustus 2004), p. A-a-876-880.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-636-640.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 230; Polak 2005, (T&C Rv), art. 6, aant. 11.
Nuyts, in: Erauw (red.), Het WIPR becommentarieerd, p. 565.
Nuyts, in: Erauw (red.), Het WIPR becommentarieerd, p. 566.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor vennootschappen dient evenals voor onroerend goed onderscheid te worden gemaakt tussen de situatie dat de vennootschap of rechtspersoon is gevestigd in een EG of verdragsluitende staat of daarbuiten. In het eerste geval blijft voor commuun internationaal privaatrecht geen ruimte binnen het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag, omdat art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag van toepassing is ongeacht de woonplaats van de partijen. Voor vennootschappen en rechtspersonen gevestigd in EG-lidstaten heeft de rechter krachtens art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag exclusieve bevoegdheid. Deze rechter heeft geen rechtsmacht voor geschillen betreffende vennootschappen of rechtspersonen gevestigd in andere EG- c.q. verdragsluitende staten, omdat art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag in zoverre aan de rechtsmacht van de rechter derogeert. Het commune internationaal privaatrecht kan derhalve in burgerlijke en handelszaken slechts betrekking hebben op de bevoegdheid van de rechter in de betreffende EG- c.q. verdragsluitende staat voor vorderingen die betrekking hebben op vennootschappen en rechtspersonen die zijn gevestigd buiten de EG- c.q. verdragsluitende staten. Zelfs indien art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag niet van toepassing is (bijv. omdat de geldigheid van een besluit niet is betwist), valt men in beginsel niet terug op het commune internationaal privaatrecht, maar de algemene regels in EEX-V°Nerdrag. Slechts in het geval dat ook deze regels niet van toepassing zijn, zal de bevoegdheid van de rechter worden beoordeeld aan de hand van het commune internationaal privaatrecht. Een voorbeeld is een actie tot terugvordering door een vennootschap in de EG- c.q. verdragsluitende staten tot terugbetaling van te veel betaald dividend van een Braziliaanse aandeelhouder.
Het Nederlandse commune internationaal privaatrecht wijkt af van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag. Volgens art. 6 sub h Rv heeft de Nederlandse rechter bevoegdheid ten aanzien van (1) de geldigheid, nietigheid en ontbinding van in Nederland gevestigde vennootschappen, (2) de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van besluiten van in Nederland gevestigde vennootschappen of rechtspersonen of hun organen en (3) de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig.1 Art. 6 sub h Rv heeft derhalve weinig betekenis, omdat de bepaling slechts betrekking heeft op in Nederland gevestigde rechtspersonen en vennootschappen en hun besluiten. Hierop is in beginsel ook EEX-V°Nerdrag van toepassing, zodat door de voorrang van de laatste bepaling nauwelijks ruimte voor art. 6 sub h Rv overblijft.2 De verschillende definities van de plaats van vestiging van een vennootschap of rechtspersoon in EEX-V°Nerdrag en het Nederlandse commune internationaal privaatrecht leidt niet tot ruimte voor art. 6 sub h Rv. Art. 16 sub 2, laatste zin EEX-V°/53 lid 1 Verdrag leidt tot dezelfde plaats van vestiging als het Nederlandse recht dat de incorporatieleer volgt (art. 1:10 BW).3 Art. 16 sub 2, laatste zin/53 lid 1 Verdrag verwijst immers naar het internationaal privaatrecht van de aangezochte rechter, zodat een Nederlandse rechter via de incorporatieleer uitkomt op de plaats van de statutaire zetel van de vennootschap.4 In het Nederlandse recht is een vennootschap of rechtspersoon in Nederland gevestigd, indien zij haar statutaire zetel in Nederland heeft.5
Evenals bij onroerende goederen derogeert art. 6 sub h Rv niet aan de andere regels van internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter noch aan de bevoegdheid van buitenlandse gerechten, omdat de regel geen exclusieve bevoegdheid inhoudt zoals art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.6 Evenmin belet deze bepaling de Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen betreffende buitenlandse vennootschappen of rechtspersonen. Gelet op het ontbreken van exclusieve werking blijft ruimte voor een forumkeuze bestaan, bijv. in de statuten van een vennootschap of rechtspersoon. Dat geldt in gelijke mate voor Nederlandse en buitenlandse vennootschappen en rechtspersonen.
Art. 109 WIPR is strikter dan art. 6 sub h Rv: de Belgische rechter is slechts bevoegd kennis te nemen van vorderingen betreffende de geldigheid, werking, ontbinding of vereffening van een rechtspersoon, indien de voornaamste vestiging of de statutaire zetel van die rechtspersoon zich in België bevindt ten tijde van het instellen van de vordering. Deze regel wijkt af van de algemene regels van het Belgische commune internationaal privaatrecht, zodat een forumkeuze aan deze bevoegdheid niet kan derogeren. Deze regel van Belgisch commuun internationaal privaatrecht verzet zich tegen het aannemen van bevoegdheid ter zake van de geldigheid, vereffening of ontbinding van rechtspersonen alsmede hun werking in andere staten (bijv. op grond van een forumkeuze ex art. 6 WIPR). Daarnaast is het toepassingsbereik van art. 109 WIPR beperkt tot rechtspersonen en vallen vennootschappen erbuiten (anders dan art. 6 sub h Rv).7 Voor vennootschappen (zonder rechtspersoonlijkheid) kan derhalve een forumkeuze in de overeenkomst of statuten worden opgenomen. Opvallend zijn de verschillen met art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag. Art. 109 WIPR laat 'vereffening' onder het toepassingsbereik vallen, terwijl anderzijds 'nietigheid' niet in deze bepaling is opgenomen; de besluiten van organen van een rechtspersoon zijn vervangen door het woord 'werking' hetgeen ruimer zou zijn.8
Het Belgische noch Nederlandse commune internationaal privaatrecht doorbreekt derhalve een forumkeuze. Bij bevoegdheid van een buitenlandse rechter kan echter een probleem ontstaan, omdat de gerechtelijke uitspraak niet zal worden erkend. Een forumkeuze behoudt derhalve zijn werking, zowel in geval van prorogatie als derogatie, indien de vennootschap is gevestigd buiten de EG- c.q. verdragsluitende. Het is echter de vraag of gerechtelijke uitspraken over de geldigheid, nietigheid of ontbinding van vennootschappen of hun besluiten die zijn gevestigd in andere staten aldaar voor erkenning of tenuitvoerlegging in aanmerking komen. Een forumkeuze in het commune internationaal privaatrecht is derhalve eerder geldig dan onder art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.