Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.4:VII.C.4.4.4 Vermeende tegenstrijdigheid?
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.4
VII.C.4.4.4 Vermeende tegenstrijdigheid?
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404948:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het eerste gezicht lijken de arresten BNB 2005/375 en BNB 2006/135 in zoverre 'tegenstrijdig' te zijn, dat in het ene geval fiscaal handelen van een executeur niet voor risico van de erfgenamen lijkt te komen en in het andere wel. Ik merk daarover allereerst op dat de Hoge Raad in het algemeen streng is over vakanties en het verblijf in het buitenlandbij het onderhavige ver-schoonbaarheidsvraagstuk. Zie bijvoorbeeld HR 21 juni 2000, BNB 2000/ 304. In de Aantekening 3.1.2 bij art. 6:11 Awb,Vakstudie Algemeen deel, Algemene wet bestuursrecht wordt over dit arrest (BNB 2000/304) dan ook opgemerkt:
'Vakantie of verblijf in het buitenland zijn als regel geen omstandigheden die een termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De indiener moet in die gevallen de maatregelen treffen die nodig zijn om tijdig aan zijn wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen. Indien men deze achterwege laat, draagt men zelf het risico van te late indiening.'
Deze strenge regel kan blijkbaar wel opzij gezet worden, als de Belastingdienst inderdaad het vertrouwen zou hebben gewekt, quod non, dat er geen successierecht verschuldigd zou zijn. Anders, de annotator van Vakstudie-nieuws in V-N 2006/8.3 die ook in dat geval de 'vakantieregel' streng lijkt toe te passen.
Voorts is met de terugverwijzing naar een ander hof overigens nog niet gezegddat het in BNB 2005/375 goed zal aflopen voor de belastingplichtige. Het betreft immers een feitelijk oordeel. Al lijkt de erfgenaam in zoverre sterke papieren te hebben, omdat terstond na het afzetten van het bestuurslid (binnen zes dagen) een brief naar de Belastingdienst is gezonden, oftewel 'maatregelen getroffen zijn'. Meer hadmen immers niet kunnen doen?
De arresten zijn mijns inziens dan ook niet in strijd met elkaar omdat het in het eerste geval om bijzondere omstandigheden gaat (een dubbelrol) en er sprake is van een motiveringsgebrek dat tot cassatie heeft geleid. Wat de vermeende tegenstrijdigheid betreft merk ik tevens op dat twee dezelfde raadsheren bij beide arresten betrokken waren. Er lijkt in de verwijzingszaak nog (meer dan) een sprankje hoop te zijn voor de erfgenaam. Wellicht wordt de bijzondere status van de executeur in deze (gewezen bestuurslid van de rechtspersoon/erfgenaam) en het alert reageren van de erfgenaam richting Belastingdienst, oftewel het 'doorbreken' van de privatieve werking, de fiscale redding.
Hoe het bij het verwijzingshof ook afloopt, het gebruikmaken van de fiscale bevoegdheden van de executeur is allesbehalve vrijblijvend. Het betreft een glibberige materie waar men zich bij de boedelafwikkeling steeds bewust van dient te zijn. Zo kan de successierechtelijke woonplaatskeuze door de executeur, gelet op art. 43 lid1 SW 1956, grote gevolgen hebben in geval van een voorgenomen'vakantie'. Om van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de executeur voor de heffing van het successierecht in art. 47 IW 1990, waarover hierna onder E. meer, nog maar niet te spreken.
Kortom, de executeur dient bij zijn huidige civielrechtelijke opmars be-hoedte worden voor fiscaal gladijs. De executeur is immers ook in fiscalibus vertegenwoordiger, zij het dat de erfgenamen op grond van hun fiscale persoonlijkheidsrechten de privatieve werking van zijn bevoegdheid kunnen doorbreken. Zij dienen hiervoor wel zelf in actie te komen, oftewel in de woorden van de Hoge Raad: 'maatregelen te treffen'.