NJ 1938/1018
Heling. Sr. art. 416. Beteekenis van het begrip „winstbejag". „Door misdrijf verkregen goed" en het moment van de wetenschap daaromtrent.
HR 23-05-1938, ECLI:NL:HR:1938:245, m.nt. Prof.mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 1938
- Magistraten
Mrs. Visser, Taverne, de Menthon Bake, Servatius en van der Meulen
- Zaaknummer
[23051938/NJ_1938_1018]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof.mr. W.P.J. Pompe
- JCDI
JCDI:ADS105946:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1938:245, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑1938
- Wetingang
Essentie
Heling. Sr. art. 416. Beteekenis van het begrip „winstbejag". „Door misdrijf verkregen goed" en het moment van de wetenschap daaromtrent.
Samenvatting
Rechtb.: Al moge verd. bij den verkoop van den auto slechts het oogmerk hebben gehad zijn kosten goed te maken, hij heeft niettemin, door den auto voor zeker geldsbedrag te verkoopen, het behalen van een economisch voordeel beoogd, en moet alzoo geacht worden uit winstbejag in den zin der wet te hebben gehandeld.
Moge het al juist zijn, dat door misdrijf verkregen voorwerpen t. a. v. bepaalde personen onder bepaalde omstandigheden niet geacht kunnen worden deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.