V-N 2025/52.5
Loon en arbeidstijd van belang bij beoordeling substantieel gedeelte werkzaamheden in woonstaat
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1726, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/02795 bis
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36016:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Verzekeringsplicht
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1726, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
- Wetingang
Essentie
Volgens de Hoge Raad volgt uit het arrest van het Hof van Justitie EU dat het oordeel van de Centrale Raad van Beroep, dat de Svb terecht aanneemt dat KN een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden heeft verricht in zijn woonstaat Nederland, onjuist is.
Samenvatting
Rijnvarende KN werkt in 2016 op een binnenvaartschip in België, Duitsland en Nederland voor Q, zijn werkgever uit Liechtenstein. Het schip behoort toe aan een Nederlands scheepvaartbedrijf. De SVB geeft een A1-verklaring af en verklaart de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing. De SVB acht daarbij van belang dat KN een substantieel gedeelte (ongeveer 22%) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.