NJ 1947/482
Verbeurdverklaring van slechts middellijk verkregen goed.
HR 22-07-1947, ECLI:NL:HR:1947:124
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 juli 1947
- Magistraten
Mrs. Fick, van der Meulen, Feber, Rombach, Vrij
- Zaaknummer
[22071947/NJ_1947-482]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1947:124, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑07‑1947
- Wetingang
(Distributiewet 1939 art. 18; Besluit Berechting Economische Delicten 1944 art. 1.)
Essentie
Verbeurdverklaring van slechts middellijk verkregen goed.
Samenvatting
Verbeurdverklaring van de bontjas van requirant’s vrouw is blijkbaar uitgesproken op grond van de ter terechtzitting gebleken omstandigheden, dat req. ter zake van den bewezenverklaarden handel in broodbonnen f 6000 à f 7000 heeft ontvangen en dit geld te eigen bate heeft aangewend, daarvoor een bontjas voor zijn vrouw kopende voor f 4500. Van de op die wijze verkregen bontjas kan gezegd worden, dat ze in den zin. van art. 3 van het Econ. Sanctiebesluit 1941 en art. 1 van het Besluit Berechting Econ. Delicten een voorwerp of goed is, door middel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.