NJB 2025/1049:Opzegging duurovereenkomst. Redelijkheid en billijkheid. Aanvullende werking. Een duurovereenkomst tot pakketvervoer bevat een opzegbeding met een opzegtermijn van één maand. Overeenkomstig dat beding zegt de opdrachtgever de overeenkomst op. Het hof oordeelt dat de opdrachtgever toerekenbaar is tekortgeschoten door niet een langere opzegtermijn te hanteren. Hoge Raad: Door aldus te oordelen, zonder te onderzoeken of het beroep op de contractuele opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Een contractuele bepaling kan niet op deze manier worden ‘uitgeschakeld’. Daaraan doet niet af dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid kan meebrengen dat degene die gebruik wil maken van een contractuele opzegmogelijkheid onder omstandigheden gehouden kan zijn de wederpartij aan te bieden een (schade)vergoeding te betalen. Het verschil is dat de hoogte van die (schade)vergoeding afhangt van wat in de omstandigheden van het geval uit redelijkheid en billijkheid voortvloeit, en niet van de hypothetische gevalsvergelijking die het hof op grond van wanprestatie tot uitgangspunt heeft genomen.