Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/9.4.2.2
9.4.2.2 Geoorloofde mate van dwang door processuele sancties: onduidelijk
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500696:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 14.3.2.1 hierna.
Vgl. de processuele sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast in Nederlandse belastingzaken. Het eventuele (financieel) nadeel bij de toepassing ervan is lastig te kwantificeren. Zie § 17.8.3 hierna.
EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), NJ 2009, 214; FED 2009/96 (m.nt. Thomas); AB 2010/82 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik), § 54 en EHRM 28 oktober 2010 (Leonid Lazarenko t. Oekraïne), § 50.
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), § 74. Zie § 12.3 hierna.
De mate van dwang die van processuele sancties in de (punitieve) bewijssfeer op de verdachte uitgaat, laat zich lastig vaststellen. Hier wreekt zich dat een kwantitatieve vergelijkingsmaatstaf (vgl. een geldbedrag of het aantal dagen hechtenis) ontbreekt. Een complicerende factor is ook dat processuele sancties niet steeds een punitief karakter hebben. Zij kunnen ook zijn gericht op herstel, zoals geldt voor de omkering en verzwaring van de bewijslast in Nederlandse belastingzaken.1 Dit herstelkarakter betekent niet dat daarvan geen dwang op de verdachte uitgaat.
Wanneer een processuele sanctie punitief is en in geld kan worden uitgedrukt2, dan ligt het in de rede om een parallel te trekken met geldboetes. Wanneer een (processuele) sanctie geen punitief karakter heeft, betekent dat niet dat daarvan geen dwang op de verdachte uitgaat om de gevorderde medewerking (alsnog) te verlenen. Datzelfde kan worden gezegd over dwangmiddelen die een (overwegend) herstelkarakter hebben, zoals de civiele last onder dwangsom (die in geld wordt uitgedrukt).3 Omdat dwang een feitelijk begrip is, is het onderscheid punitief/reparatoir daarbij niet beslissend.
Betekenis zwaarte mogelijke sanctiedreiging: onduidelijk
Niet duidelijk is of de zwaarte van de (mogelijke) sanctieoplegging – hoe die ook is te waarderen – doorwerkt in de vaststelling of sprake is van ontoelaatbare dwang. Denkbaar is dat een verdachte van een delict waarop een zeer ernstige straf staat, meer dwang voor lief moet nemen. Hiertegen pleit dat het Hof – mijns inziens terecht – van opvatting is dat de ‘fairness’ van een strafproces vooral moet worden gewaarborgd wanneer sprake is van een ernstige beschuldiging.4 Tegelijk hanteert het Hof als uitgangspunt dat de algemene behoorlijkheidseisen in art. 6 EVRM, waaronder het recht zichzelf niet te hoeven belasten, van toepassing zijn op strafzaken ‘in respect of all types of criminal offences without distinction, from the most simple to the most complex’.5 Dit lijkt echter te zien op de toepasselijkheid van de behoorlijkheidseisen als zodanig en niet de (wijze van) toepassing ervan in een concreet geval.