De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.3.1:4.3.1 Het beproeven van een schikking
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.3.1
4.3.1 Het beproeven van een schikking
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS367891:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Stelling 1a: de rechter heeft eruit gehaald wat erin zat om partijen een schikking te laten overeenkomen’
De gemiddelde score van partijen, advocaten en rechters op stelling la van zittingen waarin geen schikking tot stand is gekomen is gematigd positief (tabel 49).
Partijen
Advocaten
Rechters
Abs
%
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
13
7.6
10
5.4
6
5.9
2 oneens
13
7.6
23
12.5
7
6.9
3 beetje oneens/beetje eens
29
17.1
40
21.7
14
13.7
4 eens
85
50.0
72
39.1
63
61.8
5 zeer eens
28
16.5
35
19.0
11
10.8
Geen antwoord
2
1.2
4
2.2
1
1.0
Totaal
170
100
184
100
102
100
M = 3.61
SD = 1.10
M = 3.55
SD = 1.11
M = 3.65
SD = .97
Er zijn geen significante verschillen gevonden m de gemiddelde scores tussen (1) partijen, advocaten en rechters, (2) eisers en gedaagden, (3) advocaten van eisers en advocaten van gedaagden. Er zijn wel significante verschillen gevonden tussen de participanten (partijen, advocaten en rechters) van de twee rechtbanken.1 Bij nadere analyses is naar voren gekomen dat de advocaten van de Rechtbank Utrecht (M = 3.71, SD = 1.04) deze stelling significant positiever hebben beantwoord dan de advocaten van de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch (M = 3.34, SD = 1.16),2 maar dat er geen significante verschillen bestaan tussen de partijen van de rechtbanken en ook niet tussen de rechters.
De rechters die ‘oneens’ of ‘zeer oneens’ hadden geantwoord, zijn tijdens het interview uitgenodigd hun antwoord toe te lichten.3 Uit de door hen gegeven antwoorden komt geen duidelijke lijn naar voren. Twee rechters zeiden dat er slechts één partij verschenen was en het beproeven van een schikking daarom geen zin had. Twee rechters wezen naar zichzelf, de één gaf toe dat hij het voorlopig oordeel met te weinig overtuiging had gebracht en dat dat beter had gekund, de ander gaf aan, ooit gewraakt te zijn en sindsdien voorzichtiger te zijn geworden omdat hij de grens tussen een voorlopig oordeel en onbevooroordeeld zijn, niet helder vindt. De overige antwoorden zijn weergegeven in box 10.
Box 10: De door de (overige) zeven rechters genoemde redenen waarom zij ‘oneens’ of `zeer oneens’ invulden bij stelling la ‘ik heb eruit gehaald wat erin zat om partijen een schikking te laten overeenkomen’
1. ‘Ik heb ter zitting er niet alles uitgehaald wat erin zat omdat de zaak mij uitermate geschikt leek voor mediadon en ik daar mijn energie ingestoken heb.’
2. ‘Ik was uit op het maken van afspraken met partijen over het vervolg van de procedure.’
3. ‘Ik heb niet eens geprobeerd om een schikking te beproeven. De zaak leende zich er niet voor omdat de vordering geen stand houdt, denk ik. Ik wil het eerst tot de bodem uitzoeken voordat ik gedaagde ertoe beweeg iets te betalen.’
4. ‘Er ontbrak nog belangrijke informatie. Partijen waren op zich wel bereid om over een regeling te praten, maar omdat de informatie niet helder was doordat specificaties ontbraken, had het niet veel zin erover te praten, zeker niet omdat het om zulke hoge bedragen ging.’
5. ‘Deze zaak is niet te schikken. De schade ligt rond de 200.000 euro en de belangen van eiser en gedaagde liggen heel ver uit elkaar. Ze zijn nog wel even gaan praten, maar zijn niet tot een oplossing gekomen. Zelf zou ik ook willen dat uitgezocht werd hoe het zit, als ik de eisende partij was.’
6. ‘Partijen waren het niet eens over de uitleg van een deskundigenrapport. Eerstvolgende stap is de desbetreffende deskundige daar opheldering over vragen. De uitkomst daarvan zal partijen mogelijk tot een schikking bewegen.’
7. ‘Ik heb partijen gevraagd of zij over een schikking wilden praten, maar beiden gaven heel duidelijk aan, dat het een principiële zaak voor hen was en ik heb er verder niet op aangedrongen.’
Ten slotte is onderzocht in hoeverre de antwoorden op stelling la van de verschillende aanwezigen van dezelfde zitting overeenkwamen (tabel 50). Hoewel niet alle antwoorden met elkaar gecorreleerd waren, kwamen er wel een behoorlijk aantal lage en matige correlaties naar voren. Als er dus geen schikking tot stand is gekomen tijdens de zitting zijn de verschillende aanwezigen het beter met elkaar eens over de vraag in welke mate de rechter eruit gehaald heeft wat erin zat om partijen tot een schikking te bewegen dan wanneer er wel een schikking tot stand is gekomen.
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
rechter
eiser
-.040
.290*
-.097
.320*
gedaagde
-
.230*
.419*
.423*
advocaat eiser
-
.246*
.270*
advocaat gedaagde
-
.197
* deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)