NJB 2018/1712
De hogerberoepsgrond van appellanten dat zij de op hen rustende inlichtingenverplichting niet hebben geschonden, voor zover deze betrekking heeft op de in de tenlastelegging genoemde periode waarover het gerechtshof een oordeel heeft gegeven, kan niet worden verworpen zonder twijfel te doen ontstaan over het oordeel van het gerechtshof waarop de vrijspraak is gebaseerd
CRvB 04-09-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2713
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
4 september 2018
- Magistraten
Mrs. Bel, Hillen, Zimmerman
- Zaaknummer
16/3960 PW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:2713, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 04‑09‑2018
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
De hogerberoepsgrond van appellanten dat zij de op hen rustende inlichtingenverplichting niet hebben geschonden, voor zover deze betrekking heeft op de in de tenlastelegging genoemde periode waarover het gerechtshof een oordeel heeft gegeven, kan niet worden verworpen zonder twijfel te doen ontstaan over het oordeel van het gerechtshof waarop de vrijspraak is gebaseerd
Uitspraak
(…)
Overwegingen
4.1.
Appellanten hebben aangevoerd dat zij de op hen rustende inlichtingenverplichting niet hebben geschonden, omdat zij niet voor [naam bedrijf] hebben gewerkt. Van op geld waardeerbare arbeid waarvan zij melding hadden moeten maken was geen sprake. Deze beroepsgrond slaagt niet. Daartoe wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.