Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.0.IV:I.IV Opbouw van het onderzoek
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.0.IV
I.IV Opbouw van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625505:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek bestaat uit zes hoofdstukken, die zijn ingedeeld in drie delen.
Deel I: Algemeen delegatieverbod?
In het eerste deel, dat de hoofdstukken 1, 2 en 3 beslaat, wordt nagegaan of het Nederlandse erfrecht een algemeen delegatieverbod kent. De volgende vragen staan hier centraal: Is een delegatieverbod met het oog op de testeervrijheid te rechtvaardigen (hoofdstuk 1)? Wat zegt de uiterste wilsbeschikking als bedoeld in art. 4:42 lid 1 BW – te weten een eenzijdige rechtshandeling, waarbij een erflater een beschikking maakt, die eerst werkt na zijn overlijden en die in Boek 4 BW is geregeld of in de wet als zodanig wordt aangemerkt – over de mogelijkheid om te delegeren (hoofdstuk 2)? En impliceert het vereiste van (hoogst)persoonlijk testeren zoals dat tot uitdrukking komt in art. 4:42 lid 3 BW een delegatieverbod (hoofdstuk 3)?
Deel II: Delegeren ten aanzien van de inhoud
In het tweede deel wordt de zoektocht naar de grenzen van wilsdelegatie gestart. In dit deel staat de vraag centraal in hoeverre het toelaatbaar is om te delegeren ten aanzien van de inhoud van de uiterste wilsbeschikking. Aan de hand van welk criterium of criteria kan dit worden beoordeeld (hoofdstuk 4)? En wat is er aan de hand van dit criterium of deze criteria concreet mogelijk (hoofdstuk 5)?
Deel III: Delegeren ten aanzien van de werking
In het derde deel wordt de zoektocht naar de grenzen van wilsdelegatie voortgezet. Anders dan in het tweede deel, waarin gekeken wordt naar de grenzen van wilsdelegatie ten aanzien van de inhoud van de uiterste wilsbeschikking, staat in dit deel de vraag centraal in hoeverre het toelaatbaar is om te delegeren ten aanzien van de werking van de uiterste wilsbeschikking. Zou het willekeurcriterium hier een rol spelen en hoe dient, bijvoorbeeld, de potestatieve voorwaarde in het erfrecht te worden uitgelegd (hoofdstuk 6)?