V-N 2022/12.22.2
Indirect debiteurenrisico onvoldoende voor IB-ondernemerschap
HR 25-02-2022, ECLI:NL:HR:2022:316
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 februari 2022
- Zaaknummer
21/00710
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:316, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑02‑2022
- Wetingang
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inkomsten voor de in opdracht van stichting C verrichte werkzaamheden niet kwalificeren als winst uit onderneming. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X wordt op 2 juni 2014 medebestuurder van stichting C, waarmee X een samenwerkingsovereenkomst sluit. Naast zijn bestuurswerkzaamheden verricht X als zelfstandig beroepsbeoefenaar werkzaamheden voor de stichting op basis van een overeenkomst van opdracht. X’ werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het opstellen van standaard arbeidsovereenkomsten en X’ klanten bestaan voornamelijk uit leden van de coöperatie D, waarmee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.