Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/1.1.2
1.1.2 Functies en toepassingen
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS471927:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Ter waarborging van een ononderbroken kasstroom bevatten projectfinancieringen in de regel ook “instaprechten” voor de financier. Zie daarover Van den Berg 2009.
Vgl. Nieuwenhuis 1980, p. 64. Nieuwenhuis plaatst de levering bij voorbaat daarbij in de sleutel van het quid pro quo-beginsel: voor wat, hoort wat; niets voor niets. De koper is bereid zaken die hij nog niet heeft ontvangen reeds bij voorbaat te betalen, maar alleen als die zaken hem eveneens bij voorbaat worden geleverd. Zie Nieuwenhuis 1980, p. 16-17.
Vgl. Le Poole 2002.
Vgl. HR 28 maart 2014, NJ 2015/365, m.nt. P.B. Hugenholtz (Norma/NLKabel c.s.).
2. Het belang van de levering en vestiging bij voorbaat ligt vooral in hun functie in het kredietverkeer. Met gebruik van deze figuren kan worden bewerkstelligd dat een persoon één of meer toekomstige bestanddelen van zijn vermogen in onderpand geeft aan een ander. Het verstrekken van “onderpand” mag daarbij in ruime zin worden verstaan. Daaronder valt niet alleen de vestiging van een (beperkt) zekerheidsrecht, maar ook een (zekerheids)overdracht ten aanzien van toekomstige goederen. De levering bij voorbaat is onder het regime van het voormalige Burgerlijk Wetboek tot ontwikkeling gekomen in het kader van de zekerheidsoverdracht. Hoewel ook onder het huidige recht (toelaatbare) vormen van zekerheidsoverdracht denkbaar zijn,1 vormt de vestiging bij voorbaat van pandrechten thans de typische vorm om zekerheid op toekomstige goederen te verkrijgen.
De mogelijkheid om zekerheid op toekomstige goederen te verkrijgen, vindt velerlei toepassing in het kredietverkeer. Zij kan in het bijzonder haar nut bewijzen indien het onderpand dynamisch is, in die zin dat het bestaat uit een groep van goederen die van samenstelling zal (blijven) wisselen. Daarbij kan worden gedacht aan de goederen die tezamen het gehele of gedeeltelijke vermogen van een onderneming vormen.
Zo gaat bancaire kredietverstrekking aan een onderneming in de regel gepaard met de vestiging van zekerheid op alle tegenwoordige en toekomstige (van één of meer bepaalde categorieën) goederen van die onderneming. Tot zekerheid van een te verlenen of verleend krediet strekken dan mede de toekomstige inventaris, voorraad en vorderingen van de onderneming. De (startende) onderneming heeft mogelijk vooralsnog onvoldoende goederen die als zekerheid kunnen dienen voor het krediet. Daarnaast zullen de zekerheden gevestigd op de vlottende goederen van de kredietnemer bij het afsluiten van de financiering in de loop der tijd afnemen. De goederen van de schuldenaar zullen immers gedurende een normale bedrijfsvoering worden vervreemd, verwerkt, vervangen of tenietgaan. Door de zekerheid ook de toekomstige goederen van de onderneming te laten beslaan, kan worden bewerkstelligd dat de financier zekerheidsrechten heeft op de goederen die zich in het vermogen van schuldenaar bevinden wanneer het op verhaal aankomt. In het kader van een concernfinanciering verschaffen de (doorgaans hoofdelijk verbonden) groepsvennootschappen op vergelijkbare wijze zekerheid op hun bestaande en toekomstige goederen voor het verleende krediet.
Bij voorraadfinanciering en debiteurenfinanciering (in het kader van factoring) kan de mogelijkheid van zekerheid op de toekomstige delen van de voorraad of vorderingenportefeuille op vergelijkbare wijze haar belang bewijzen. De bevoorschotting van gereed product of grondstoffen, respectievelijk vorderingen op debiteuren kan doorlopend geschieden, terwijl de beleende goederen zonder aanvullende handeling tot onderpand gaan dienen zodra zij door de kredietnemer worden verkregen.
Zekerheid op toekomstige goederen kan daarnaast haar nut hebben indien een financier tevens zijn hand wil leggen op de vermogensrechtelijke voordelen (de vruchten of anderszins de opbrengsten) van een gefinancierd object. De verwachtingen omtrent de in de toekomst te genereren opbrengsten en de mate waarop deze opbrengsten de verhaalsbelangen van de financier kunnen dienen, zullen bijdragen aan de bereidheid om krediet te verlenen waarmee het object kan worden aangeschaft of tot stand gebracht.2
Verwant aan de hiervoor genoemde objectfinanciering is het geval waarin een partij de productie van specifieke goederen financiert. Hierbij valt te denken aan een afnemer die nog te fabriceren of te verbouwen zaken koopt en vooruitbetaalt, of een opdrachtgever die de aankoop van materialen door de aannemer voorschiet. Deze financier zal het kredietrisico dat hij op zijn wederpartij loopt van aanvang af willen beperken door de in de toekomst te produceren of aan te schaffen goederen tot onderpand te laten strekken. De levering bij voorbaat fungeert in dit geval als een middel om afnemerskrediet te beveiligen.3
Het verschaffen van toekomstige goederen als onderpand speelt ook ten aanzien van andere goederen dan vorderingen en roerende zaken. In het hiervoor al genoemde voorbeeld van een concernfinanciering is het niet ongebruikelijk dat tevens pandrechten worden gevestigd op de bestaande en toekomstige aandelen die de groepsvennootschappen (in elkaars kapitaal) houden.
Ook toekomstige intellectuele eigendomsrechten kunnen voorwerp zijn van zekerheid. Hetzij als onderdeel van een algemeen krediet, hetzij als zekerheid voor bijvoorbeeld een filmproductie of de ontwikkeling van software.4 Een financier zal zijn zekerheid bovendien willen verlengen tot de eventuele nieuwe rechten die ontstaan doordat het oorspronkelijke object van het intellectuele eigendomsrecht wordt aangepast of verbeterd.
Aan de hand van toekomstige intellectuele eigendomsrechten kan bovendien het nut van de levering bij voorbaat buiten de context van het kredietverkeer worden geïllustreerd. Gedacht kan worden aan de collectieve belangenbehartiging van bijvoorbeeld de rechten van makers van auteursrechtelijk beschermde werken. Deze belangenbehartiging geschiedt in de regel door een met dat doel opgerichte rechtspersoon waarbij de makers zich contractueel aansluiten. De maker zal zich daarbij vaak verplichten tot een overdracht (ten titel van beheer) van al zijn huidige en toekomstige auteursrechten. Door deze toekomstige rechten bij voorbaat te leveren kunnen partijen bewerkstelligen dat deze rechten van de maker automatisch overgaan op de belangenbehartiger zodra zij ontstaan.5 Deze laatste kan zich voor de uitoefening en handhaving als rechthebbende van alle auteursrechten van de desbetreffende maker opstellen.