Belastingadvies 2023/12.2
Tijdelijke-verhuurregeling geldt voor gastenverblijf aan eigen woning
Rb. Noord-Holland 30-03-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2875
- Instantie
Rechtbank Noord-Holland
- Datum
30 maart 2023
- Zaaknummer
HAA 21/5317
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS705071:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNHO:2023:2875, Uitspraak, Rechtbank Noord-Holland, 30‑03‑2023
- Wetingang
Art. 3.111 lid 7, art. 3.113 Wet IB 2001
Essentie
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inkomsten uit het ter beschikking stellen van het gastenverblijf terecht op grond van art. 3.113 Wet IB 2001 zijn meegenomen in de aanslag.
Samenvatting
Een echtpaar is samen eigenaar van een woning. De woning dient hen als hoofdverblijf en is voor de inkomstenbelastingheffing een eigen woning. In 2016 breiden zij de woning uit met een aanbouw. Onderdeel van de uitbouw is een gastenverblijf. Het gastenverblijf verhuren zij aan derden via Airbnb. De huurinkomsten bedragen € 2647 in 2018. De kosten van verhuur bedragen € 774. In de aanslag IB/PVV 2018 belast de inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.