BNB 2013/127
Inbreng van door belanghebbende bewoond pand bij aanvang onderneming. Duurzame zelfbewoning is omstandigheid waarmee rekening moet worden gehouden bij waardebepaling ten tijde van inbreng
HR 01-02-2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4036, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 februari 2013
- Magistraten
Mrs. Overgaauw, Bavinck, Sterk, Van Loon, Fierstra
- Zaaknummer
11/03882
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
BX4036
- JCDI
JCDI:ADS23962:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:BX4036, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑02‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:BX4036, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑07‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑10‑2011
- Wetingang
Art 3.8 Wet IB 2001
Essentie
Inbreng van door belanghebbende bewoond pand bij aanvang onderneming. Duurzame zelfbewoning is omstandigheid waarmee rekening moet worden gehouden bij waardebepaling ten tijde van inbreng
Samenvatting
Belanghebbende dreef vanaf 1 januari 2004 vanuit zijn woning een onderneming. Hij heeft de woning als ondernemingsvermogen aangemerkt en op de balans geactiveerd naar de vrije verkoopwaarde op 1 januari 2004 (€ 600.000). In 2006 heeft belanghebbende de onderneming verplaatst en ingebracht in een BV. Bij die gelegenheid is de woning naar belanghebbendes privévermogen overgegaan tegen een waarde in bewoonde staat van € 390.000. Belanghebbende heeft het aldus ontstane boekverlies bij de winstberekening over 2006 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.