Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/1.1.4
1.1.4 De VOF en de fiscus
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385824:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Boschma & Wezeman 2004, p. 169; Van Veen 2013, p. 16. Ook in internationale verhoudingen, zowel binnen het MKB als in internationale samenwerkingsverbanden en joint ventures, speelt de personenvennootschap daarom een steeds belangrijkere rol, zie Tervoort 2000, p. 233.
Van Mourik & Burgerhart 2010, p. 189. In enkele belastingwetten wordt de VOF wel genoemd. Zo worden in art. 15 lid 1 sub b en sub e WBR bepaalde verkrijgingen vrijgesteld van overdrachtsbelasting.
Van Kempen, Cursus BelastingrechtIB.3.2.35.A.c1 (online, laatst bijgewerkt op 6 januari 2015); Van Mourik & Burgerhart 2010, p. 189.
Van Arendonk e.a. 2013/3.2.2.
Art. 3.4 Wet IB 2001 vereist voor fiscaal ondernemerschap dat de onderneming voor rekening van de belastingplichtige wordt gedreven én dat de belastingplichtige rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming. Commanditaire vennoten die nauwelijks ondernemersrisico lopen zijn daarom geen ondernemers in de zin van de Wet IB 2001. De aansprakelijkheid hoeft geen hoofdelijke te zijn; aansprakelijkheid voor gelijke delen kan immers ook tot zware aansprakelijkheid leiden (MvT bij art. 3.4 Wet IB 2001). Ook als de handelende vennoot op eigen naam handelt, is er sprake van een verbintenis betreffende de vennootschap (zie de bijlage bij de conclusie van A-G Wattel onder 4.3, PHR 14 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC3673). De belastingplichtige hoeft om als ondernemer aangemerkt te kunnen worden niet voor alle verbintenissen verbonden te zijn (NV II bij art. 3.4 Wet IB 2001).
Vgl. Boschma & Wezeman 2004, p. 169.
Stevens, GS Personenassociaties 6.1 (online, laatst bijgewerkt op 26 mei 2015).
Fiscale overwegingen vormen vaak een belangrijke reden om te kiezen voor de VOF.1 De VOF is fiscaal transparant voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.2 Dit betekent dat de VOF zelf niet wordt betrokken in de inkomsten- en vennootschapsbelasting (art. 2 lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting, Wet Vpb), maar dat de afzonderlijke vennoten fiscaal hun eigen ondernemingen drijven en voor hun aandeel in de winst zelfstandig in de inkomsten- of vennootschapsbelasting worden betrokken (de vennoot-natuurlijk persoon in de inkomstenbelasting; de vennoot-rechtspersoon in de vennootschapsbelasting). 3 Er wordt, met andere woorden, fiscaal door de VOF heen gekeken.4 Winsten en verliezen van de VOF kunnen daarom gesaldeerd worden met eventueel ander inkomen. Voor de natuurlijk persoon-ondernemer5 kunnen dit bijvoorbeeld inkomsten uit loondienst of uit andere ondernemingen zijn.6 De vennoten-natuurlijke personen kunnen als zelfstandige ondernemers gebruik maken van de ondernemersaftrekposten (fiscale faciliteiten als zelfstandigenaftrek) en het progressieve regime van de inkomstenbelasting is voordelig bij een lage winst uit de VOF. De behaalde winsten worden direct aan de vennoten toegerekend en bij de afzonderlijke vennoten in de inkomsten-/vennootschapsbelasting betrokken, ongeacht of winst wordt uitgekeerd. 7 Dit kan een voordeel zijn ten opzichte van de BVof NV, waarbij eerst bij de vennootschap de winst wordt belast in de vennootschapsbelasting en later bij de aandeelhouder de uitkering in de dividendbelasting (dus dubbele belastingheffing).
Omdat de fiscale aspecten van de VOF zeer omvangrijk zijn en specifieke kennis vereisen, ga ik in dit proefschrift niet verder in op fiscale aspecten.8