RFR 2010, 70
Huwelijksvermogensrecht. Is de vrouw verplicht om mee te werken aan het notarieel vastleggen van een schenking bij dode als bedoeld in art. 7:177 BW, nu partijen zijn overeengekomen, dat de vrouw haar vermogen zoals haar dit bij convenant toekomt, zal nalaten aan de kinderen van partijen?
HR 05-03-2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9637
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 maart 2010
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
08/03657
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
BK9637
- JCDI
JCDI:ADS874440:1
- Vakgebied(en)
Financiële planning / Financiering
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BK9637, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑03‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK9637, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑01‑2010
- Wetingang
BW art. 7:177
Essentie
Huwelijksvermogensrecht.
Is de vrouw verplicht om mee te werken aan het notarieel vastleggen van een schenking bij dode als bedoeld in art. 7:177 BW, nu partijen zijn overeengekomen, dat de vrouw haar vermogen zoals haar dit bij convenant toekomt, zal nalaten aan de kinderen van partijen?
Samenvatting
Partijen hebben naast hun echtscheidingsconvenant een zogenoemde erkenningsovereenkomst gesloten. Daarin staat de afspraak dat de vrouw uit hoofde van verdeling een bedrag van ƒ 1.400.000 krijgt uitgekeerd onder de last om daarvan ƒ 1.000.000 na te laten aan haar kinderen. Aan deze last is een derdenbeding verbonden ten behoeve van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.