Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/10.9:10.9 Conclusie
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/10.9
10.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192661:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
628. In dit hoofdstuk werden de rechtsgevolgen van een gehomologeerd pre-insolventieakkoord besproken. In §10.2 kwam aan bod dat de wetgever lijkt te opteren voor een systeem waarin alle stemgerechtigde schuldeisers aan het akkoord gebonden zijn. De wetgever lijkt ervan uit te gaan dat eventuele gebreken in de kennisgeving aan de vermogensverschaffers reeds in de homologatiefase zijn opgelost. In §9.4.3 bepleitte ik dat de rechter onmogelijk na kan gaan of alle geraakte vermogensverschaffers daadwerkelijk op de hoogte zijn geraakt van het akkoord, en de WHOA op dit punt dus in zekere zin schijnbescherming biedt.
In §10.3 concludeerde ik dat voor de wijziging van een gehomologeerd pre-insolventieakkoord het opnieuw doorlopen van een akkoordprocedure de aangewezen route is. Wel acht ik de verbetering van kennelijke omissies en verschrijvingen mogelijk.
Het gehomologeerde WHOA-akkoord biedt in essentie de juridische grondslag voor de wijziging van de betrokken rechtsverhoudingen. Deze wijzigingen kunnen vele vormen aannemen en hangen direct samen met de inhoud van het akkoord. De wijzigingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit novatie of uit de omzetting van vorderingen in aandelenkapitaal. De inhoud van het akkoord is bepalend voor de verplichtingen die na homologatie op de schuldenaar komen te rusten, en daarmede ook voor de inhoud van de mogelijke nakomingsvordering. In §10.5 kwam aan bod dat een akkoord doorgaans een korte levensduur beschoren zal zijn. Het akkoord is bijvoorbeeld volledig nagekomen wanneer de vorderingen in aandelen zijn omgezet. Dat ligt anders wanneer het akkoord op zichzelf constitutief is voor de wijziging van de rechtsverhoudingen. Indien het akkoord bijvoorbeeld novatie inhoudt, kunnen schuldeisers met het akkoord in de hand nakoming van de nieuwe verplichtingen van de schuldenaar vragen.
De WHOA bepaalt dat ontbinding van het akkoord kan worden uitgesloten in het akkoord zelf. Wordt dat niet gedaan, dan kan het akkoord in geval van niet-nakoming worden ontbonden op grond van art. 165 Fw. De aanbieder van het akkoord zal vanwege het verstrekkende gevolg van een geslaagd beroep op art. 165 Fw naar verwachting steeds ontbinding uitsluiten. Uit de toelichting blijkt dat vernietiging van het akkoord niet mogelijk is. Dat is in lijn met wat thans wordt aangenomen ter zake van het surseance- en faillissementsakkoord.
Tot slot werd in §10.8 kort stilgestaan bij de erkenning van een gehomologeerd pre-insolventieakkoord. De WHOA voorziet in een unieke ‘dual track’-optie door te voorzien in een besloten en openbare akkoordprocedure. Een op basis van de openbare akkoordprocedure tot stand gekomen akkoord wordt in de EU (behalve in Denemarken) automatisch erkend op grond van de Insolventieverordening. Of een akkoord dat tot stand kwam op basis van de besloten akkoordprocedure in ander landen wordt erkend, is afhankelijk van het lokale IPR.