Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.7
2.5.7 Powers versus eigendom
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717503:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Farwell, A Concise of Treatise on Powers (3 Ed.), London: Stevens & Sons Limited 1916, p. 1; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 2; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 403. Zie ook: Tasarruf Mevduati Sigorta Fonu v Merill Lynch Bank & Trust Company (Cayman) Ltd. [2011] UKPC 17, p. 31-36. Zie ook: L. Smith, ‘Execution against a power of revocation’, Law Quarterly Review 2013/129, p. 332-334.
Ex parte Gilchrist, re Armstrong [1886] 17 QBD 521, p. 530-531.
R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 105; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 404.
Ex parte Gilchrist, re Armstrong [1886] 17 QBD 521, p. 530-531.
Section 32 (1) van de Administration of Estates Act 1925; section 27 (1) van de Wills Act 1837; section 283 (4) van de Insolvency Act 1986; Tasarruf Mevduati Sigorta Fonu v Merill Lynch Bank & Trust Company (Cayman) Ltd. [2011] UKPC 17, [54] e.v. Zie ook: G. Thomas & D.J. Hayton, ‘Shams, Revocable Trusts and Retention of Control’, in: D.J. Hayton (red.), The International Trust, Bristol: Jordan Publishing Limited 2011, p. 604. Zie ook L. Smith, ‘Execution against a power of revocation’, Law Quarterly Review 2013/129, p. 332-334.
Het onderscheid is tevens voor belastingdoeleinden – met name voor de vaststelling van de inkomstenbelasting en erf- en schenkbelasting – van belang. Het fiscale recht wordt voor het overige buiten beschouwing gelaten.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 15.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 4.
E.B. Sugden, A Practical Treatise of Powers (Vol. 1), London: S. Sweet 1845, p. 394; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 15-17.
Pennock v Pennock [1871] LR 13 Eq 144.
Pennock v Pennock [1871] LR 13 Eq 144; Edge v Pensions Ombudsman [2000] Ch 602. Zie ook paragraaf 2.5.8.
In het Anglo-Amerikaanse recht kan een trustee slechts een power ten voordele van zichzelf uitoefenen, indien de trustakte dat toestaat. Is deze mogelijkheid niet in de trustakte vastgelegd, dan leidt een dergelijke uitoefening tot nietigheid. Zie hierover uitgebreid: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 46-073 e.v. en nr. 29-062.
Zie paragraaf 2.5.3.2 en de aldaar aangehaalde literatuur.
Zowel de rechtsfiguur van powers als het concept van eigendom nemen een belangrijke plaats in binnen het Anglo-Amerikaanse trustrecht. Niettemin zijn de begrippen ‘power’ en ‘eigendom’ in het kader van de behandeling van powers in beginsel niet eensluidend en is het onderscheid tussen beiden fundamenteel.1
Zoals reeds in paragraaf 2.5.2 is aangegeven, beschrijft het Anglo-Amerikaanse trustrecht een power als een verleende bevoegdheid, teneinde goederen te kunnen beheren of over goederen te kunnen beschikken. Het feit dat een power wordt verleend aan een persoon, betekent niet dat een power het karakter van eigendom heeft.2 De verlening van een power leidt niet tot de verkrijging van de eigendom en het exclusieve gebruik van een goed.3 Pas op het moment dat er sprake is van de uitoefening van een ‘dispositive’ power, kan dat resulteren in de verkrijging van de eigendom van het goed waarop de power betrekking heeft.4 Men denke aan situaties waarin een donee een general, special of hybrid power of appointment ten gunste van zichzelf uitoefent, dan wel in gevallen waarin een donee overgaat tot de uitoefening van zijn power of revocation.5
Het onderscheid tussen ‘power’ en ‘eigendom’ is met name essentieel in gevallen waarin schuldeisers zich willen verhalen op de goederen van de donee, in het bijzonder in de situatie waarin de donee in staat van faillissement verkeert.6 Is aan een donee een power die betrekking heeft op een goed verleend, dan valt deze power in beginsel niet in de failliete boedel, gelet op het feit dat een dergelijke power naar Anglo-Amerikaans faillissementsrecht over het algemeen niet als eigendom wordt aangemerkt.7 Onder omstandigheden kunnen bepaalde ‘dispositive’ powers echter wel gelijkgesteld worden met eigendom.8 De behandeling van een power als eigendom geschiedt indien de donee deel uitmaakt van de groep der personen die als object van verkrijging kunnen worden aangewezen.9 In dergelijke gevallen wordt de donee van de desbetreffende power derhalve aangemerkt als de feitelijke eigenaar van het goed waarop de power betrekking heeft, ook al is hij – ongeacht of hij de power al dan niet uitoefent ten voordele van zichzelf – niet de formeel rechthebbende van het goed.
Het fundamentele onderscheid tussen power en eigendom blijft tevens bestaan in situaties waarin de settlor aan de trustee powers verleent die betrekking hebben op de trustgoederen. Ondanks het feit dat een trustee in het kader van de trust de volledige rechthebbende is van de goederen die onder trustverband zijn gebracht, heeft hij met betrekking tot deze goederen niet het economisch belang, doch enkel de formele beschikkingsmacht.10 Dit brengt met zich dat de trustee pas het desbetreffende goed kan verwerven, indien hij bevoegd is tot de uitoefening van de verleende power ten behoeve van zichzelf en hij daadwerkelijk hiertoe is overgegaan.11/12 Verkeert de trustee in staat van faillissement of zoeken zijn schuldeisers verhaal op zijn privévermogen, dan wordt de gelijkstelling van power en eigendom in de genoemde gevallen aan dezelfde regels onderworpen die gelden voor donees die niet een fiduciaire functie bekleden.13