Einde inhoudsopgave
De beveiliging van persoonsgegevens (O&R nr. 135) 2022/4.6.1
4.6.1 Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
mr. J.A. Hofman, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. J.A. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS660991:1
- Vakgebied(en)
Privacy (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het ontstaan bijv. Sap 2003, §V.5; Gonzáles Fuster 2014, §6.4.
Zie t.a.v. de inhoud van het Handvest de preambule van het Handvest. T.a.v. de aanduiding in de literatuur, zie bijv. Claes 2009, §2 en Asser Procesrecht/Giesen 1 2015/33.
Art. 51 lid 2 Hv. Zie ook bijv. Gonzáles Fuster 2014, §6.4.
Zie hierover, en over de totstandkoming van het Handvest, Krommendijk 2015, §2.
Krommendijk 2015, §2 (met verwijzingen).
In totaal worden er echter wel zeven nieuwe rechten ontwaard, zie Gonzáles Fuster 2014, §6.4.2.1 (voetnoot 243).
Wel werd dit grondrecht in verschillende lidstaten al erkend en stelde de Europese Commissie reeds in 1981 dat de bescherming van gegevens ‘het karakter van een grondrecht’ heeft (zie Aanbeveling 81/679/EEG, pt. I.2). Voorafgaand aan de afkondiging van het Handvest is dit recht dan ook meermaals met de fundamentele rechten in verband gebracht (zie Gonzáles Fuster 2014, §6.3). Zie ook Koning 2015. Zij stelt in §1 dat het HvJ-EU het recht op bescherming van persoonsgegevens voordat het Handvest in werking trad al als algemeen beginsel van EU-recht had erkend. Dit volgt naar mijn mening echter niet uit de (aan haar standpunt ten grondslag gelegde) jurisprudentie of andere bronnen.
Art. 29-werkgroep, WP 2007, WP 136, §III.1; De Vries 2015, II.B; Koning 2015, §2,1; Rodotà 2009, p. 79; Tzanou 2017, §1.II.B. Overigens werd het recht op de bescherming van persoonsgegevens op nationaal niveau hier en daar eerder als zelfstandig fundamenteel recht erkend, zoals in Portugal en Oostenrijk. Zie hierover: Gonzáles Fuster 2014, §3.2.
Zie §5.2.1.
In 2000 kondigden het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het Handvest af.1 Dit document beschrijft de rechten, vrijheden en beginselen die de EU erkent en wordt vaak aangeduid als de grondrechtencatalogus van de EU.2 Met het Handvest beoogt de EU haar gemeenschappelijke waarden te beschrijven en zo een hechter verbond tussen haar lidstaten te creëren. Om de destijds door deze lidstaten opgeworpen bezwaren tegen dit document weg te nemen, kent het Handvest de Gemeenschap en de EU nadrukkelijk geen nieuwe bevoegdheden of taken toe en is het bovendien niet gericht op het in het leven roepen van nieuwe rechten.3 Het Handvest dient er juridisch gezien dan ook niet toe een andere situatie tot stand te brengen, maar juist de rechten te bevestigen die op het moment van de afkondiging bestonden.4
Ondanks zijn achtergrond beperkt het Handvest zich niet op alle punten tot het codificeren van wat er op het moment van zijn afkondiging bestond.5 Een van de onderwerpen ten aanzien waarvan het verder lijkt te gaan, is het recht op de bescherming van persoonsgegevens.6 Dit recht, dat in art. 8 Hv is erkend, werd tot de afkondiging van het Handvest weliswaar in toenemende mate als fundamenteel recht gezien, maar binnen Europa nog niet uitdrukkelijk als zodanig erkend.7 De aan dit recht gerelateerde bescherming werd verleend op grond van het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van art. 8 EVRM en de bescherming daarvan in de (omzettingswetten van) de Dataprotectierichtlijn.8 Het Handvest bevat een aparte bepaling over het recht op de bescherming van persoonsgegevens (art. 8 Hv), naast die over het recht op de eerbiediging van het recht het privéleven (art. 7 Hv). Met het Handvest is dit recht op Europees niveau voor het eerst expliciet erkend als een autonoom fundamenteel recht.9
De precieze inhoud van het recht op de bescherming van persoonsgegevens is niet duidelijk, onder meer omdat art. 8 Hv niet correspondeert met een EVRM-bepaling.10 Wel staat vast dat het recht zoals dat in art. 8 Hv is erkend, wettelijk kan worden beperkt, mits aan alle voorwaarden van art. 52 Hv wordt voldaan. Zo moet onder meer altijd de wezenlijke inhoud van het recht worden geëerbiedigd.11 Om te weten in hoeverre het recht op de bescherming van persoonsgegevens kan worden beperkt, is het dan ook essentieel om vast te stellen wat de wezenlijke inhoud van het recht is. Zie hierover §5.2.2.2 en §5.2.3.2.