FED 2022/29
De Beverwijkse Bazaar is geen vermakelijkheid.
HR 24-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1846, m.nt. mr. dr. G. Groenewegen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 december 2021
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
20/03886
- Noot
mr. dr. G. Groenewegen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS635382:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1846, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑2021
Conclusie, Hoge Raad, 26‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑01‑2021
- Wetingang
Art. 229 lid 1 onderdeel c Gemw
Essentie
De Beverwijkse Bazaar is geen vermakelijkheid.
Samenvatting
Bij de beoordeling of al dan niet sprake is van een vermakelijkheid is doorslaggevend of door de aanbieder vermaak wordt aangeboden. Dat een bezoeker vermaak zoekt, ondergaat, vindt, pleegt te vinden of kan vinden kan bij die beoordeling eventueel een rol spelen, doch dat is niet van doorslaggevend belang. Het hoofdkenmerk van de Beverwijkse Bazaar is dat er kan worden gewinkeld en gegeten en daarmee worden de bezoekers niet vermaakt. Het hof is niet van een te beperkte uitleg van het begrip ‘vermakelijkheid’ uitgegaan en heeft dit voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.