AB 2011/64
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; temporele werking; verhouding met het EVRM
RvS 01-12-2010, ECLI:NL:RVS:2010:BP2936, m.nt. T. Barkhuysen en A.W. Bos
- Instantie
Raad van State
- Datum
1 december 2010
- Magistraten
Mrs. H.G. Lubberdink, H.G. Sevenster, C.J. Borman
- Zaaknummer
201003052/1/V3
- Noot
T. Barkhuysen en A.W. Bos
- JCDI
JCDI:ADS880668:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
EU-recht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2010:BP2936, Uitspraak, Raad van State, 01‑12‑2010
- Wetingang
Essentie
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; temporele werking; verhouding met het EVRM
Samenvatting
Voor zover de vreemdeling zich beroept op het op 1 december 2009 in werking getreden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, als aangepast op 12 december 2007, (laatstelijk gepubliceerd in PB 2010, C 83/389) faalt dat beroep. De rechtbank dient de rechtmatigheid van het besluit op bezwaar te beoordelen naar de feiten zoals die zich voordeden en het recht dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit. Aangezien voormeld Handvest eerst juridisch bindend is geworden met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.