Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.3.1.5
4.3.1.5 Beperkt binnenlands belastingplichtig
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401775:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
§5 Abs.1 Nr.9 KStG. Körperschaften, Personenvereinigungen und Vermögensmassen, die nach der Satzung, dem Stiftungsgeschäft oder der sonstigen Verfassung und nach der tatsächlichen Geschäftsführung ausschließlich und unmittelbar gemeinnützigen, mildtätigen oder kirchlichen Zwecken dienen (§§ 51 bis 68 der Abgabenordnung). Wird ein wirtschaftlicher Geschäftsbetrieb unterhalten, ist die Steuerbefreiung insoweit ausgeschlossen. […].
Een oorzaak hiervan zou kunnen zijn dat het Duitse civiele recht omtrent stichtingen anders is dan het Nederlandse. Zo kent Duitsland bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het oprichtenvan een familiestichting. Op grond van §58, Nr. 6 AO mag maximaal een derde van de inkomsten worden aangewend om de oprichter van de stichting en zijn naaste familieleden zu unterhalten, ihre Gräber zu pflegen und ihr Andenken zu ehren. Het verder uitwerken van de verschillende civielrechtelijke verschillen tussen de Nederlandse en Duitse stichting valt buiten het bestek van mijn onderzoek. Voor een verdere uiteenzetting verwijs ik onder andere naar N. Idsinga/T.N Peters van Neijenhof/S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst, Afgezonderd Particulier Vermogen en Nederlandse (familie)stichtingen, WPNR 2013/6995.
Voor een uitgebreide uiteenzetting verwijs ik naar de uitgave van de Deutschen Steuerjuristischen Gesellschaft e.V. Band 26 over “Gemeinnützigkeit” uit 2003 (DStJG 26, 2003).
In §2 Abs.1 KStG is de beperkte belastingplicht voor lichamen geregeld. Beperkt belastingplichtig zijn vennootschappen, personenverenigingen en vermogens - waarvan de feitelijke leiding of de zetel niet in Duitsland is gevestigd, of die niet als onbeperkt belastingplichtig zijn aangemerkt - met binnenlands (Duits) inkomen. Een beperkte belastingplicht kan ook ontstaan voor lichamen die in beginsel zijn vrijgesteld, maar die een “wirtschaftlicher Geschäftsbetrieb’’ hebben. Als hoofdregel geldt in Duitsland een onbeperkte binnenlandse belastingplicht voor de rechtsvormen genoemd in §1 KStG. Op grond van §5 KStG zijn de daar genoemde lichamen onder voorwaarden vrijgesteld van de Körperschaftsteuer. Bij sommige vrijgestelde lichamen wordt de vrijstelling deels weer teruggenomen voor zover er sprake is van een “wirtschaftlicher Geschäftsbetrieb’’ (zie hoofdstuk 4.3.2 voor een nadere toelichting). Voor die lichamen geldt dus voor de desbetreffende activiteit een beperkte binnenlandse belastingplicht.1
Anders dan in Nederland zijn in Duitsland stichtingen en verenigingen dus in beginsel onbeperkt belastingplichtig, ook indien geen onderneming wordt gedreven (§1 Abs. 1 Nr.4 en 5 KStG).2 Voor bepaalde non-profit (algemeen nut (Gemeinnützigkeit))3, liefdadige of kerkelijke stichtingen en verengingen kan – indien voldaan is aan de voorwaarden - wel een subjectieve vrijstelling gelden. Als uitzondering hierop geldt dat de vrijstelling is uitgesloten voor zover er een onderneming wordt gedreven.