V-N 2011/24.18
Verzoek van pandhouder om verlof om de aan haar verpande zaken op een van art. 3:250 lid 1 BW afwijkende wijze te verkopen (art. 3:250 en 3:251 BW; art. 24ba lid 1 Uitv.besl. OB 1968; art. 12 Wet OB 1968)
Rb. Breda 28-03-2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1324, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Rechtbank Breda
- Datum
28 maart 2011
- Magistraten
Scheffers
- Zaaknummer
232233/KG RK 11-232
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
BQ1324
- JCDI
JCDI:ADS183296:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1324, Uitspraak, Rechtbank Breda, 28‑03‑2011
- Wetingang
art. 3:250 en 3:251 BW; art. 24ba lid 1 Uitv.besl. OB 1968; art. 12 Wet OB 1968
Essentie
Verzoek van pandhouder om verlof om de aan haar verpande zaken op een van art. 3:250 lid 1 BW afwijkende wijze te verkopen (art. 3:250 en 3:251 BW; art. 24ba lid 1 Uitv.besl. OB 1968; art. 12 Wet OB 1968)
Samenvatting
Verzoekster, de bank, heeft diverse kredietfaciliteiten aan Impact verstrekt. Impact is op 31 januari 2011 failliet verklaard. De bank heeft de kredietfaciliteiten opgezegd en wenst haar recht van parate executie uit te oefenen teneinde zich op de opbrengst van de verpande voorraden te kunnen verhalen. Er wordt geen overeenstemming ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.