Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/740
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Civielrechtelijke aansprakelijkheidsvordering; vordering uit onrechtmatige daad in de zin van art. 5 punt 3 of vordering uit overeenkomst in de zin van art. 5 punt 1?; autonome uitlegging.
HvJ EU 13-03-2014, ECLI:EU:C:2014:148 (Marc Brogsitter/Fabrication de Montres Normandes)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
13 maart 2014
- Magistraten
J.L. da Cruz Vilaça, J.-C. Bonichot, A. Arabadjiev
- Zaaknummer
C-548/12
- Conclusie
A-G N. Jääskinen
- Roepnaam
Marc Brogsitter/Fabrication de Montres Normandes
- Vakgebied(en)
Recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2014:148, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 13‑03‑2014
- Wetingang
Art. 5 punt 1 en 3 Verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-Verordening)
Essentie
Marc Brogsitter tegen Fabrication de Montres Normandes EURL e.a.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachttens art. 267 VWEU, ingediend door het Landgericht Krefeld (Duitsland) bij beslissing van 27 september 2012.
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Civielrechtelijke aansprakelijkheidsvordering; vordering uit onrechtmatige daad in de zin van art. 5 punt 3 of vordering uit overeenkomst in de zin van art. 5 punt 1?; autonome uitlegging.
Civielrechtelijke aansprakelijkheidsvorderingen zoals die in het hoofdgeding, die naar nationaal recht vorderingen uit onrechtmatige daad zijn, moeten niettemin worden geacht voort te vloeien uit ‘verbintenissen uit overeenkomst’ in de zin van art. 5, punt 1, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.