Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.5.1:5.5.1 Rechtbank Haarlem 9 juni 1998 (Niehe en Lancée c.s./Ontvanger): cessie van een belastingteruggaaf zonder instemming van de ontvanger; verplichting met de cessie in te stemmen?
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.5.1
5.5.1 Rechtbank Haarlem 9 juni 1998 (Niehe en Lancée c.s./Ontvanger): cessie van een belastingteruggaaf zonder instemming van de ontvanger; verplichting met de cessie in te stemmen?
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS612059:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.2.2.
Zie § 4.9.2.
Dit betreft de huidige plaats van deze regeling, ten tijde van de onderhavige uitspraak stond deze regeling nog in het vijfde lid van art. 24 Iw 1990.
Zie mijn noot bij de uitspraak in TvI 1998/9, p. 207, onder 3.2 en de § 1.3, slot, en 2.4.3, slot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze uitspraak kwam inhoudelijk reeds aan de orde.1 Uit de uitspraak valt af te leiden dat de rechtbank van oordeel is dat het ontbreken van de instemming van de ontvanger met de cessie van een belastingteruggaaf te cessie als zodanig niet ongeldig maakt. De rechtbank acht de cessionaris Niehe en Lancée immers, ondanks het ontbreken van de instemming door de ontvanger, bevoegd de vordering in te stellen. De rechtbank motiveert haar oordeel op dit punt niet. De wetsgeschiedenis lijkt er op te duiden dat de instemming door de fiscus met de cessie wel een constitutief vereiste vormt, waarbij het overigens goed mogelijk is dat de wetgever zich op dit punt weinig gelukkig heeft uitgelaten.2 Door Niehe en Lancée c.s. werd nog aangevoerd dat de ontvanger verplicht was met de cessie van de belastingteruggaaf in te stemmen omdat op het tijdstip van de betekening van de cessie aan de ontvanger geen ten name van de moedervennootschap (tevens cedent) Sasburg Beleggingen - te beschouwen als de belastingschuldige in de zin van artikel 24 lid 4, derde volzin 1w 19903 openstonden. Taalkundig gezien lijkt dit een overtuigend argument,4 maar de rechtbank verwerpt deze redenering. Zij zou afbreuk doen aan de ratio van het instemmingsvereiste door de ontvanger, zijnde het behouden van verrekeningsmogelijkheden. Mijns inziens dient hier de duidelijke tekst van de wet te prevaleren en was de ontvanger verplicht met de cessie in te stemmen.