Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.1:9.1 Inleiding
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398322:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk doe ik onderzoek naar de wijze waarop de belastingheffing van een concern in de vennootschapsbelasting in Nederland, respectievelijk Körperschaftsteuer en Gewerbesteuer in Duitsland is geregeld. Het belangrijkste fiscale leerstuk dat de concerngedachte als zodanig tot uiting brengt, is mijns inziens het fiscale eenheidsregime in Nederland, respectievelijk het Organschaftregime in Duitsland. In hoofdstuk 9.2 behandel ik het Nederlandse fiscale eenheidsregime, waarbij ik in hoofdstuk 9.2.1 en 9.2.2 begin met een weergave van de historie en ratio. De huidige voorwaarden voor het kunnen vormen en de reikwijdte behandel ik in hoofdstuk 9.2.3. De wetsaanpassingen van 9 december 2016 (Wet aanpassing fiscale eenheid) om het Nederlandse fiscale eenheidsregime ten aanzien van zogenoemde Papillon fiscale eenheden in overeenstemming te brengen met het Europese recht worden in de verschillende paragrafen expliciet besproken (met name hoofdstuk 9.2.3). In hoofdstuk 9.2.4, 9.2.5 en 9.2.6 behandel ik op hoofdlijnen de regels die gelden bij het aangaan, tijdens het bestaan en bij het beëindigen van een fiscale eenheid. Naar aanleiding van deze uiteenzetting benoem ik in hoofdstuk 9.2.7 het mijns inziens meest relevante huidige discussiepunt in Nederland ten aanzien van het fiscale eenheidsregime, namelijk de mogelijke strijd met het EU-recht en of er betere alternatieven voorhanden zijn om recht te doen aan belastingheffing van groepen (vennootschappen). Deze discussiepunten analyseer ik in het licht van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader.
Bij de behandeling van de Organschaft hanteer ik in principe eenzelfde paragraafindeling als bij de Nederlandse uiteenzetting. Het onderzoek naar de systematiek en de invulling van de Duitse regels omtrent de Organschaft heeft als doel om een analyse te kunnen maken hoe Duitsland met het in hoofdstuk 9.2.7 benoemde (Nederlandse) discussiepunt omgaat en of aldaar rechtsregels of ontwikkelingen ten aanzien van dit discussiepunt aanbevelenswaardig voor Nederland zouden kunnen zijn. Dit toets ik wederom aan de hand van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader.
Als voor de Körperschaftsteuer sprake is van een Organschaft, dan bestaat deze ook automatisch voor de Gewerbesteuer. Op de afzonderlijke Gewerbesteuer aspecten met betrekking tot een Organschaft zal ik niet ingaan, evenmin als op de btw-regels voor de fiscale eenheid en de Organschaft. In dit hoofdstuk zal ik daarnaast slechts zijdelings ingaan op de samenloop van het fiscale eenheidsregime met andere regelingen (bijvoorbeeld de deelnemingsvrijstelling, fusie en splitsing) in de vennootschapsbelasting, respectievelijk de Körperschaftsteuer.